Een uur van tevoren verzamelen. Altijd wordt er een uur van tevoren verzameld. Iedereen weet dat vrijwel niemand zich eraan houdt, maar toch. Langzaam druppelen alle teamgenoten de kantine binnen. Het loopt tegen het middaguur. Waarom spelen we altijd zo achterlijk vroeg, vragen de meesten zich af. De vloek van het spelen op zondag is de zaterdagavond.
Over een half uur begint de wedstrijd. Er wordt geopperd ons naar de kleedkamer te begeven. Langzaam kleden we ons om. Iedere week is het de vraag hoeveel sokken en broeken er vergeten zijn. De wissels zien de bui al hangen. Mokkend worden kledingstukken overgedragen aan de slordige basisspelers.
Tien minuten voor de wedstrijd betreden we het veld. Met lichte tegenzin begint de warming-up. Waarom gaan we al voor de wedstrijd vrijwillig rennen? Gisteravond wreekt zich. Plichtmatig worden knieën licht geheven. De scheidsrechter loopt het veld op. Tegen beter weten in hoopt hij op een goede wedstrijd. Handen worden geschud, de strijd kan beginnen.
donderdag 29 januari 2009
maandag 26 januari 2009
De Amateur, deel II
Buiten is het koud. De wedstrijd sleept zich voort, terwijl de spanning ver te zoeken is. Iedereen is blij dat het niet is afgelast, maar waarom hadden we ook al weer zin om in deze omstandigheden in een korte broek rond te lopen? We lijken wel gek. De sokken worden zo hoog mogelijk opgetrokken, maar veel kan met niet verwachten van zo'n klein stukje katoen.
De scheidsrechter kijkt op zijn horloge. Ondertussen vraagt ook hij zich af waarom hij niet lekker onder een warme deken ligt te slapen. Gelukkig is het rust. Tegelijkertijd beseft iedereen dat slechts de helft van deze marteling voorbij is. Kan de scheidsrechter niet gewoon de tussenstand als eindstand doorgeven, denkt de ploeg die voorstaat. Misschien valt er nog wat te maken van deze gure zondag.
Godzijdank is er geen trainer op dit niveau. Het bespreken van alles wat zich op het veld afspeelde is alleen de moeite waard na een flink aantal glazen bier. Gelukkig is daar de thee. Iedereen pakt de plastic beker met de warme inhoud stevig vast. Zelfs degene die geen thee drinken. Sneller dan verstandig voor een kokend heet drankje wordt de thee naar binnen gegoten. De bekertjes worden nog snel even aan alle kanten kapot getrokken, omdat we stiekem nog steeds dat voetballertje van vijf jaar zijn. Dus daarom is iedereen hier. De nostalgie naar het voetbal uit onze jeugd drijft ons tot deze zelf marteling. Het is tijd om weer het veld op te gaan. Helaas staat vader niet meer langs de lijn.
De scheidsrechter kijkt op zijn horloge. Ondertussen vraagt ook hij zich af waarom hij niet lekker onder een warme deken ligt te slapen. Gelukkig is het rust. Tegelijkertijd beseft iedereen dat slechts de helft van deze marteling voorbij is. Kan de scheidsrechter niet gewoon de tussenstand als eindstand doorgeven, denkt de ploeg die voorstaat. Misschien valt er nog wat te maken van deze gure zondag.
Godzijdank is er geen trainer op dit niveau. Het bespreken van alles wat zich op het veld afspeelde is alleen de moeite waard na een flink aantal glazen bier. Gelukkig is daar de thee. Iedereen pakt de plastic beker met de warme inhoud stevig vast. Zelfs degene die geen thee drinken. Sneller dan verstandig voor een kokend heet drankje wordt de thee naar binnen gegoten. De bekertjes worden nog snel even aan alle kanten kapot getrokken, omdat we stiekem nog steeds dat voetballertje van vijf jaar zijn. Dus daarom is iedereen hier. De nostalgie naar het voetbal uit onze jeugd drijft ons tot deze zelf marteling. Het is tijd om weer het veld op te gaan. Helaas staat vader niet meer langs de lijn.
zaterdag 24 januari 2009
De Amateur, deel I
Iedere amateurvoetballer kent de spanning. Het is buiten slecht weer en de weersvoorspelling is zo mogelijk nog slechter. Morgenochtend staat een wedstrijd op het programma en zoals iedere week kan je niet wachten tot het zover is, tot je weer ten strijde kan trekken met je teamgenoten. De weersomstandigheden, hoe bar ook, zijn wel te trotseren. Zolang de bal maar rolt.
Panisch wordt er gekeken of de wedstrijd is afgelast: teletekstpagina 603. Weinig teletekstpagina's zijn zo berucht en verguisd als deze. Iedere afgelasting slaat in als een bom, zonder genade wordt het enthousiasme van velen de grond in geboord. Een kruisje bij jouw district voelt als een nederlaag, het weekend is verpest.
De spanning is om te snijden zolang de afgelasting niet bevestigd wordt. De wekker wordt gezet, de tas wordt alvast ingepakt. Heb ik alles? Er liggen wel erg veel plassen buiten op straat. Heeft het geregend? Nog even de kantine bellen om er zeker van te zijn dat de wedstrijd doorgaat. Niemand neemt op. De club is verlaten. Het feest gaat niet door...

zaterdag 17 januari 2009
Ajax en aankopen: een slechte combinatie
Op het Internet bestaan er talloze interactieve voetbalsites waar supporters hun mening kunnen geven. Zo kwam ik laatst op een forum de opmerking tegen dat Ajax de laatste jaren te veel afhankelijk is geworden van aankopen uit de Nederlandse competitie. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik deze mening deel. Het lijkt er de afgelopen seizoenen op dat Ajax zondags om zeven uur met het bord op schoot scout. Dit heeft een aantal bijzonder grote nadelen.
Het grootste nadeel is dat andere Nederlandse clubs de laatste jaren steeds beter onderhandelen. Clubs als FC Groningen en FC Twente weten dat Ajax vaak bereid is de hoofdprijs te betalen en dat een miljoen meer of minder geen rol speelt. Dit laatste is natuurlijk een direct gevolg van de enorme transferinkomsten van Ajax. Niet alleen zijn er grote klappers gemaakt de verkoop van Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar aan Real Madrid, ook voor Ryan Babel is door Liverpool een vermogen betaald en zelfs voor Tom de Mul heeft toenmalig technisch directeur Martin van Geel (nu Roda JC) een aardig bedrag van Sevilla weten los te peuteren.
Een ander nadeel heeft ook te maken met de hoge transfersommen. Het altijd kritische publiek in de Amsterdam ArenA heeft, terecht, vaak hoge verwachtingen van een speler die miljoenen heeft gekost. Ook kennen de supporters deze spelers vaak al, en ook zij hebben natuurlijk kunnen zien dat de speler uitstekend functioneerde bij de betreffende club. Toch is de stap naar Ajax vaak net te hoog gegrepen voor deze spelers. Vaak wordt als oorzaak hiervan gegeven dat de druk van het moeten winnen deze spelers parten speelt. Er moet echter niet vergeten worden dat er ook buiten de voetballerij mensen zijn die niet kunnen aarden in de stad Amsterdam. Wellicht speelt dit bij sommige voetballers ook een rol bij het falen in het Ajax-shirt.
Natuurlijk blijken sommige aankopen een schot in de roos te zijn, bij sommige spelers in de subtop druipt de pure klasse er immers al vanaf. Toen de Uruguyaan Luis Suarez overkwam van FC Groningen verbaasde de hoogte van het bedrag mij, maar ik wist zeker dat hij een absolute aanwinst was. Nu blijkt Suarez inderdaad één van de weinige Ajacieden te zijn die constant op een hoog niveau presteert. Met zijn rommelige speelstijl is hij de verdedigers van de tegenpartij vaak veel te snel af en beslist hij menig wedstrijd in Ajax’ voordeel. Een nog hogere transfersom ligt Ajax dus in het verschiet.
Daarnaast moet er niet over het hoofd worden gezien dat als Ajax veel spelers bij één club weghaalt, dit vaak kwaad bloed zet bij zowel het bestuur als de supporters van die club. Dit kan direct en indirect negatieve gevolgen hebben. Hoewel de haat van andere supporters jegens de hoofdstedelingen vaak aandoenlijk is, heb ik de indruk dat de (jonge) spelers van Ajax niet goed om kunnen gaan met de grimmige sfeer in bijna alle stadions. Bovendien wordt het voor Ajax lastig om in de toekomst nog een keer zaken te doen met de betreffende club. Er zijn maar weinig clubs die Ajax tegenwoordig met open armen ontvangen.
Voor mij is het onbegrijpelijk dat subtoppers over een betere scouting lijken beschikken dan Ajax. Ajax komt af en toe ook met een onbekende naam uit de hoge hoed, maar deze spelers zijn vaak wel al bekender dan de spelers die door de subtop worden ontdekt. Een voorbeeld hiervan is Dario Cvitanich, die het de laatste tijd uitstekend doet. Cvitanich was echter al topscoorder van Argentinië toen hij naar Ajax kwam, terwijl FC Groningen Suarez vanuit het niets vanuit Uruguay naar Nederland haalde. Ook betaalde Ajax een aanzienlijk hoger bedrag voor Cvitanich dan Groningen voor Suarez. Opvallend is ook dat Ajax Markus Rosenberg goed genoeg bevond, terwijl in Zweden Afonso Alves naast hem in de voorhoede liep. SC Heerenveen twijfelde geen moment toen de mogelijkheid zich aandiende Alves te kopen, en Alves haalde zelfs het nationale elftal van Brazilië in het shirt van de Friezen. Door iets beter op te letten had Ajax doelpuntenmachine Alves kunnen kopen in plaats van de tegenvallende Rosenberg.
Al met al stelt de scouting van Ajax enorm teleur voor een topclub. Naast de bestuurlijke onrust is dit één van de hoofdoorzaken van het uitblijven de dertigste landstitel. Zelfs met het aantrekken van superscout Hans van der Zee, jarenlang succesvol voor concurrent PSV en ontdekker van onder andere Jefferson Farfan, is er naar het schijnt weinig verbeterd. Gelukkig voor Ajax zijn er twee lange transferperiodes ieder jaar en zal het huidige transferbeleid ooit weer een titel opleveren. Structureel zal er echter een complete verandering van het scoutingapparaat aan te pas moeten komen voor constante topprestaties van het eerste elftal.
Het grootste nadeel is dat andere Nederlandse clubs de laatste jaren steeds beter onderhandelen. Clubs als FC Groningen en FC Twente weten dat Ajax vaak bereid is de hoofdprijs te betalen en dat een miljoen meer of minder geen rol speelt. Dit laatste is natuurlijk een direct gevolg van de enorme transferinkomsten van Ajax. Niet alleen zijn er grote klappers gemaakt de verkoop van Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar aan Real Madrid, ook voor Ryan Babel is door Liverpool een vermogen betaald en zelfs voor Tom de Mul heeft toenmalig technisch directeur Martin van Geel (nu Roda JC) een aardig bedrag van Sevilla weten los te peuteren.
Een ander nadeel heeft ook te maken met de hoge transfersommen. Het altijd kritische publiek in de Amsterdam ArenA heeft, terecht, vaak hoge verwachtingen van een speler die miljoenen heeft gekost. Ook kennen de supporters deze spelers vaak al, en ook zij hebben natuurlijk kunnen zien dat de speler uitstekend functioneerde bij de betreffende club. Toch is de stap naar Ajax vaak net te hoog gegrepen voor deze spelers. Vaak wordt als oorzaak hiervan gegeven dat de druk van het moeten winnen deze spelers parten speelt. Er moet echter niet vergeten worden dat er ook buiten de voetballerij mensen zijn die niet kunnen aarden in de stad Amsterdam. Wellicht speelt dit bij sommige voetballers ook een rol bij het falen in het Ajax-shirt.
Natuurlijk blijken sommige aankopen een schot in de roos te zijn, bij sommige spelers in de subtop druipt de pure klasse er immers al vanaf. Toen de Uruguyaan Luis Suarez overkwam van FC Groningen verbaasde de hoogte van het bedrag mij, maar ik wist zeker dat hij een absolute aanwinst was. Nu blijkt Suarez inderdaad één van de weinige Ajacieden te zijn die constant op een hoog niveau presteert. Met zijn rommelige speelstijl is hij de verdedigers van de tegenpartij vaak veel te snel af en beslist hij menig wedstrijd in Ajax’ voordeel. Een nog hogere transfersom ligt Ajax dus in het verschiet.
Daarnaast moet er niet over het hoofd worden gezien dat als Ajax veel spelers bij één club weghaalt, dit vaak kwaad bloed zet bij zowel het bestuur als de supporters van die club. Dit kan direct en indirect negatieve gevolgen hebben. Hoewel de haat van andere supporters jegens de hoofdstedelingen vaak aandoenlijk is, heb ik de indruk dat de (jonge) spelers van Ajax niet goed om kunnen gaan met de grimmige sfeer in bijna alle stadions. Bovendien wordt het voor Ajax lastig om in de toekomst nog een keer zaken te doen met de betreffende club. Er zijn maar weinig clubs die Ajax tegenwoordig met open armen ontvangen.
Voor mij is het onbegrijpelijk dat subtoppers over een betere scouting lijken beschikken dan Ajax. Ajax komt af en toe ook met een onbekende naam uit de hoge hoed, maar deze spelers zijn vaak wel al bekender dan de spelers die door de subtop worden ontdekt. Een voorbeeld hiervan is Dario Cvitanich, die het de laatste tijd uitstekend doet. Cvitanich was echter al topscoorder van Argentinië toen hij naar Ajax kwam, terwijl FC Groningen Suarez vanuit het niets vanuit Uruguay naar Nederland haalde. Ook betaalde Ajax een aanzienlijk hoger bedrag voor Cvitanich dan Groningen voor Suarez. Opvallend is ook dat Ajax Markus Rosenberg goed genoeg bevond, terwijl in Zweden Afonso Alves naast hem in de voorhoede liep. SC Heerenveen twijfelde geen moment toen de mogelijkheid zich aandiende Alves te kopen, en Alves haalde zelfs het nationale elftal van Brazilië in het shirt van de Friezen. Door iets beter op te letten had Ajax doelpuntenmachine Alves kunnen kopen in plaats van de tegenvallende Rosenberg.
Al met al stelt de scouting van Ajax enorm teleur voor een topclub. Naast de bestuurlijke onrust is dit één van de hoofdoorzaken van het uitblijven de dertigste landstitel. Zelfs met het aantrekken van superscout Hans van der Zee, jarenlang succesvol voor concurrent PSV en ontdekker van onder andere Jefferson Farfan, is er naar het schijnt weinig verbeterd. Gelukkig voor Ajax zijn er twee lange transferperiodes ieder jaar en zal het huidige transferbeleid ooit weer een titel opleveren. Structureel zal er echter een complete verandering van het scoutingapparaat aan te pas moeten komen voor constante topprestaties van het eerste elftal.
maandag 12 januari 2009
FC Barcelona en Real Madrid: eeuwige rivalen
In 1899 werd in Barcelona FC Barcelona opgericht door de Zwitser Hans Gamper, die de inmiddels legendarische clubkleuren (blauw en rood) overnam van FC Basel. De hoofdstad van Spanje kon niet achterblijven en dus werd in 1902 Madrid Football Club opgericht door Engelse immigranten. Dat is niet zo opmerkelijk, aangezien het voetbal in Spanje, net als in veel andere landen, werd geïntroduceerd door de eilandbewoners. FC Barcelona en Real Madrid zijn overigens niet de oudste clubs van Spanje, dat is Recreativo de Huelva. Ondanks dat de clubs niet de oudste zijn, spelen zij samen de grootste wedstrijd van Spanje. Dat komt onder andere door de politieke achtergrond van de tweestrijd. Barcelona is de hoofdstad van de autonome regio Catalonië, en Catalonië zag en ziet zichzelf als onafhankelijke staat (sporadisch hangt er in het Camp Nou nog een spandoek met de tekst: Catalunya is not Spain). Madrid is de hoofdstad van Spanje, en de Madrilenen zien Catalonië als deel van Spanje, hoewel de Catalonië in de Spaanse constitutie wordt omschreven als een natie. Daar staat tegenover dat de Spaanse regering dit als puur taalkundig heeft verklaard en het zowel politiek als juridisch niet geldt. De Spaanse grondwet erkent immers slechts één land: het Koninkrijk Spanje.
De eerste FC Barcelona-Real Madrid was op 13 mei 1902. FC Barcelona won met 3-1. Opvallend is dat de officiële website van Real Madrid slechts over de wedstrijd meldt da FC Barcelona met veel buitenlanders speelde. Gelukkig voor de Madrilenen werd later in het seizoen Español nog wel verslagen, waardoor de eerste prijs voor de Koninklijk een feit was, de Copa de la Gran Peña.
Er was toen natuurlijk al wel sprake van rivaliteit, maar nog niet in de mate na het tijdperk van Franco. Toch ontstond tijdens de dictatuur van generaal Primo de Rivera in de jaren ‘20, toen Catalonië werd onderdrukt, al de eerste echte haat jegens de hoofdstad. Dat werd er natuurlijk niet veel beter op onder de dictatuur van Franco, die zoals bekend de gehele Catalaanse cultuur verbood. Alleen tijdens de thuiswedstrijden van FC Barcelona konden de Catalanen hun nationalisme kwijt. Eén van de hoofdredenen van de haat jegens Madrid is de moord op de voorzitter van FC Barcelona Sunyol. Sunyol was extreem links en vertegenwoordigde de politieke partij Esquerra Republicana de Catalunya in Madrid. Hij zorgde ervoor dat er meer culturele vrijheden kwamen en was een bekende man in Barcelona. Niet dat het voor hem allemaal rozengeur en maneschijn was toen hij voorzitter werd van FC Barcelona (in 1935), want hoewel het beeld bestaat dat alle Catalanen zich willen afscheiden van Spanje is het merendeel in werkelijkheid helemaal niet zo extreem. De radicale Sunyol kreeg dan ook te maken met tegenstand van de rest van het bestuur van FC Barcelona.
Die verdeeldheid was overigens in heel Catalonië een probleem. Een deel van de bevolking bleef voor onafhankelijkheid, het andere deel was voor aansluiting bij Spanje. Uiteindelijk overwonnen de extremen, waarna Sunyol naar Madrid werd gestuurd als vertegenwoordiger. Op 6 augustus was hij op weg naar Madrid, maar hij en een journalist reden zonder het te weten een verboden gebied binnen, Sierra de Guadarrama. Zonder terechtstelling werd hij gearresteerd en geëxecuteerd. Een week later drong het nieuws door in Barcelona. Franco had de voorzitter van hun club vermoord. Veel gematigden werden hierdoor extremer in hun standpunten en de haat jegens Madrid nam nog grotere vormen aan.
Naast de overigens niet bewezen directe invloed van Franco op de resultaten van Real Madrid, zorgde ook de overgang van Alfredo di Stefano van Millionarios (Colombia) naar Real voor de nodige opschudding. In 1953 leek De Blonde Pijl, zoals de bijnaam van Di Stefano luidt, op weg naar FC Barcelona. Eenmaal aangekomen in Spanje bleek echter dat de Spaanse voetbalbond de transfer niet goedkeurde. Barcelona had immers alleen een akkoord met River Plate, die slechts een deel van de rechten in handen hadden. Catalanen zien het echter anders. Die beweren dat de Spaanse bond de opdracht kreeg van Franco om de transfer af te gelasten. Feit is dat Di Stefano niet naar Barcelona verhuisde, maar naar de Koninklijke en daar groeide hij uit tot de beste speler uit de historie van de club.
Naast de overigens niet bewezen directe invloed van Franco op de resultaten van Real Madrid, zorgde ook de overgang van Alfredo di Stefano van Millionarios (Colombia) naar Real voor de nodige opschudding. In 1953 leek De Blonde Pijl, zoals de bijnaam van Di Stefano luidt, op weg naar FC Barcelona. Eenmaal aangekomen in Spanje bleek echter dat de Spaanse voetbalbond de transfer niet goedkeurde. Barcelona had immers alleen een akkoord met River Plate, die slechts een deel van de rechten in handen hadden. Catalanen zien het echter anders. Die beweren dat de Spaanse bond de opdracht kreeg van Franco om de transfer af te gelasten. Feit is dat Di Stefano niet naar Barcelona verhuisde, maar naar de Koninklijke en daar groeide hij uit tot de beste speler uit de historie van de club.
Natuurlijk zijn er ook andere reden voor de rivaliteit. FC Barcelona en Real Madrid zijn de grootste clubs van Spanje met de meest roemruchte histories. Alleen Athletic Bilbao en Atlético Madrid komen nog enigszins in de buurt. Opvallend is dat ook deze clubs niet onomstreden zijn. Net als een deel van de Catalanen wil een deel van de Baskische bevolking zich immers ook afscheiden van Spanje. De haat tegen de regering is in Baskenland misschien zelfs groter dan in Catalonië. Toch richten de Basken zich op voetbalgebied meer tot elkaar. Voor Bilbao is de wedstrijd tegen rivaal Real Sociedad minstens van even groot belang als een wedstrijd tegen de hoofdstedelingen. Als je kijkt naar het verschil in aantal prijzen tussen Real Madrid en FC Barcelona is het verschil overigens ook groot, want Real Madrid heeft vele landtitels meer en bovendien de Europa Cup I/Champions League negen keer in de wacht gesleept (hoewel zes hiervan mede mogelijk werden gemaakt door inmenging van Franco). Alleen qua Copa del Rey’s verslaat FC Barcelona Real Madrid. Die ging 24 keer naar FC Barcelona en slechts zeventien keer naar Real Madrid. De Basken van Athletic Bilbao wisten de nationale beker overigens 23 keer te winnen.
Toch blijven onderlinge confrontatie tussen Real en Barça vooral politiek beladen, al moet worden bedacht dat als FC Barcelona niets meer was dan een subtopper er waarschijnlijk niet zo’n grote wedstrijd van gemaakt zou worden door de media. Al weken van tevoren zijn er vooruitblikken naar “El Classico”, en er wordt natuurlijk ook vaak teruggekeken.
Er zijn talloze voorbeelden van opzienbarende wedstrijden tussen de aartsrivalen. Vele Nederlanders zullen zich één specifieke versie van “El Classico” nog duidelijk voor de geest kunnen halen. In 1974 speelde Johan Cruijff (foto links) immers een alles bepalende rol in de legendarische 0-5 overwinning op de Koninklijke. Een week voor de wedstrijd kregen Danny en Johan Cruijff een zoon. Toen Johan de naam Jordy opgaf bij de gemeente van Barcelona, werd dit geweigerd door de dienstdoende ambtenaar. Jordy is immers de naam van een Catalaanse heilige, en Catalaanse namen waren uit den boze onder het regime van Franco. Toch kreeg Johan het, waarschijnlijk door zijn Amsterdamse bluf, voor elkaar zijn zoon Jordy te noemen. Een week later werd zoals gezegd Real Madrid aan de hand van Nederlands beste voetballer aller tijden vernederd. De Catalanen zagen deze overwinning niet alleen als een overwinning op Real Madrid, maar misschien nog wel meer als een overwinning op de dictatuur. Aan het einde van het seizoen werd Barcelona voor het eerst in veertien jaar weer landskampioen.Onder het regime van Franco speelde zich nog een bizarre editie af. In het bekertoernooi van 1943 wonnen de Catalanen in Barcelona de eerste wedstrijd van de halve finale gemakkelijk met 3-0. De finale leek binnen handbereik, maar de tweede wedstrijd in Madrid werd met maarliefst 11-1 verloren. Niet alleen gaven de spelers aan doodsbang te zijn geworden van het publiek, ook bleek dat de staatsveiligheidsdienst van Franco de Catalaanse selectie vooraf had bedreigd. Naar verluid maakte ook de scheidsrechter nog een paar dubieuze beslissingen. Een paar maanden later maakte Santiago Bernabéu, de legendarische voorzitter van Real, zijn excuses. Real Madrid verloor de finale overigens na verlenging met 1-0 van Bilbao.
Een niet te vergeten element van wedstrijden tussen Real en Barça zijn spelers die de overstap van de één naar de ander maakten. Niet alleen roepen deze spelers talloze spreekkoren over zichzelf af, ook andere represailles blijven vaak niet uit. Het beste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Luis Figo. Nadat Figo, één van de beste spelers van de wereld op dat moment, in de zomer van 2000 van Barcelona naar Madrid verkaste, kreeg de Portugees tijdens “El Classico” in Camp Nou een varkenshoofd naar zijn hoofd geslingerd toen hij zich voorbereidde op het nemen van een hoekschop. Figo werd door de Catalaanse supporters uitgemaakt voor geldwolf. De 127-voudig international (32 doelpunten) tekende een voorcontract bij presidentskandidaat Florentino Perez om druk te zetten op de leiding van Barcelona. Het was immers naar buiten gekomen dat Jari Litmanen meer verdiende dan Figo, die daar niet mee kon leven en een hoger salaris eiste. Toen Perez de presidentsverkiezing verrassend won van toenmalig voorzitter Lorenzo Sanz, hield hij Figo aan het voorcontract en maakte Figo de veelbesproken overstap.
Het moge duidelijk zijn dat wedstrijden tussen Real Madrid en FC Barcelona tot de meest beladen wedstrijden op de wereld horen. Niet alleen in Spanje wordt er veel aandacht aan besteed, ook in veel andere landen kijken veel mensen aan het begin van het seizoen wanneer deze wedstrijden plaatsvinden. In Nederland zijn we gezien de historie erg geïnteresseerd in Barcelona, waar sinds de jaren ’70 veel landgenoten naam hebben gemaakt. Momenteel staan er echter zes Nederlanders onder contract bij de Madrilenen. Een onverwachte maar zeker niet oninteressante ontwikkeling.
Een niet te vergeten element van wedstrijden tussen Real en Barça zijn spelers die de overstap van de één naar de ander maakten. Niet alleen roepen deze spelers talloze spreekkoren over zichzelf af, ook andere represailles blijven vaak niet uit. Het beste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Luis Figo. Nadat Figo, één van de beste spelers van de wereld op dat moment, in de zomer van 2000 van Barcelona naar Madrid verkaste, kreeg de Portugees tijdens “El Classico” in Camp Nou een varkenshoofd naar zijn hoofd geslingerd toen hij zich voorbereidde op het nemen van een hoekschop. Figo werd door de Catalaanse supporters uitgemaakt voor geldwolf. De 127-voudig international (32 doelpunten) tekende een voorcontract bij presidentskandidaat Florentino Perez om druk te zetten op de leiding van Barcelona. Het was immers naar buiten gekomen dat Jari Litmanen meer verdiende dan Figo, die daar niet mee kon leven en een hoger salaris eiste. Toen Perez de presidentsverkiezing verrassend won van toenmalig voorzitter Lorenzo Sanz, hield hij Figo aan het voorcontract en maakte Figo de veelbesproken overstap.
Het moge duidelijk zijn dat wedstrijden tussen Real Madrid en FC Barcelona tot de meest beladen wedstrijden op de wereld horen. Niet alleen in Spanje wordt er veel aandacht aan besteed, ook in veel andere landen kijken veel mensen aan het begin van het seizoen wanneer deze wedstrijden plaatsvinden. In Nederland zijn we gezien de historie erg geïnteresseerd in Barcelona, waar sinds de jaren ’70 veel landgenoten naam hebben gemaakt. Momenteel staan er echter zes Nederlanders onder contract bij de Madrilenen. Een onverwachte maar zeker niet oninteressante ontwikkeling.
Origineel geschreven op 3 januari 2005, herschreven op 12 januari 2009. Origineel geplaatst op Soccerquest.nl
Labels:
Di Stefano,
FC Barcelona,
Franco,
Johan Cruijff,
Real Madrid
Boer Abe doet er wat aan
‘Hé boer, je mag er wel eens wat aan doen’. Deze woorden sprak de in 2005 overleden oud-Ajacied Joop Stoffelen op 7 mei 1950 tegen Abe Lenstra. De Amsterdammers leidden de wedstrijd aan de J. H. Kruisstraat tegen Heerenveen op dat moment met 1-5, terwijl er nog slechts twintig minuten te spelen waren. Niets leek de derde overwinning in vier wedstrijden van Ajax nog in de weg te staan. Totdat ‘boer’ Abe besloot er iets aan te doen.
De wedstrijd begon zeer voortvarend voor Ajax en Stoffelen. Zeven minuten na de aftrap van Heerenveen lanceerde linkshalf Stoffelen een onthoudbaar schot van buiten het strafschopgebied en doelman Voolstra was voor de eerste maal geklopt. Nog voordat het eerste kwartier gespeeld was, breidden de Amsterdammers de voorsprong uit met een counter via linksbuiten Guus Dräger. Deze kreeg de bal voor het intikken na een passje van Rinus Michels.
Toch waren de pompeblêdden-dragers niet kansloos volgens de Leeuwarder Courant. ‘Heerenveen lanceerde wel gevaarlijke aanvallen – Abe was zeer actief – maar de Ajax achterhoede met rechtsback Potharst en stopperspil Van ’t Hart aan het hoofd, gaven voor rust weinig tot geen kansen weg.’
De Friese krant stak niet onder stoelen of banken dat de bezoekers de sterkere partij waren. Ajax legde de Friezen zowel technisch als tactisch de wil op, en de supporters konden genieten van de ‘vele fraaie combinaties, van dat doordachte positiespel en van die schone through- en crosspasses’ die de Amsterdammers op de mat brachten. ‘Dat was spel, dat werkelijk voetbal mocht heten en waarbij dat van Heerenveen eigenlijk in het niet viel.’
Toch wist Heerenveen via een wonderschoon doelpunt van Abe Lenstra op 1-2 te komen. De Amsterdamse defensie liep achteruit om de voorhoede van Heerenveen te dekken, zonder er rekening mee te houden dat Abe doelman Leentvaar kansloos kon laten met een magistraal afstandschot. Een offensief van de Friezen, met drie hoekschoppen binnen een minuut, hielp Heerenveen daarna niet aan de gelijkmaker waarna Ajax het heft weer stevig in handen wist te nemen. Na iets meer dan een half uur spelen bracht Bruins, de linksbinnen van Ajax, de stand op 1-3 na verkeerd wegwerken van Mollo de Jong, die volgens de krant maar matig voldeed in de eerste helft.
Na rust ging Ajax onder leiding van latere leidsman Michels door met waar het voor rust mee begonnen was. Slechts vijftien seconden na het eerste fluitsignaal van de tweede helft lag de bal achter doelman Voolstra. Slechts drie spelers (Bruins, Krist en doelpuntenmaker Michels) hadden de bal beroerd alvorens deze het net raakte. Een kwartier later leek de wedstrijd definitief beslist te worden toen Michels een fout van Voolstra genadeloos afstrafte en met zijn tweede doelpunt van de dag de 1-5 liet noteren.
Hoewel Abe Lenstra vrijwel direct de 2-5 wist te scoren na een inschattingsfout van Leentvaar, maakten de Ajacieden zich geen zorgen en hadden de supporters van Heerenveen weinig hoop op zelfs maar een gelijkspel. Na een paar tactische omzettingen van Jonkman, die zichzelf als midvoor posteerde en Jan Lenstra naar voren haalde, wist Heerenveen Ajax toch onder druk te zetten. Dat resulteerde in de zeventigste minuut in de 3-5 van Brandsma, die een voorzet van Jan Lenstra tegen de touwen knikte. Drie minuten liep Potharst Abe Lenstra in het strafschopgebied onder de voet, waarna Jonkman de strafschop onberispelijk binnenschoot.
‘Golven van geestdrift sloegen door de toeschouwers. Even leek het erop dat Ajax z’n vorm van voor de rust zou hervinden, maar dra liepen de Friezen alweer storm op het Amsterdamse doel. De Ajaxieden werden geheel overspoeld. Alles verdedigde bij hen, maar voor dit laaiende enthousiasme van de Heerenveners was geen krui meer gewassen,’ aldus het wedstrijdverslag van de Leeuwarder Courant. Vijf minuten voor tijd won Jonkman een duel van Potharst, waarna de toegesnelde Hofma de gelijkmaker op het scorebord bracht. De met stomheid geslagen Amsterdammers waren volledig de weg kwijt, waardoor Abe Lenstra een paar minuten later Brandsma in staat kon stellen Heerenveen op voorsprong te brengen. Hoewel Ajax nog een kort offensief startte tegen de verdediging van Heerenveen, die direct werd versterkt door beide Lenstra’s, was de nederlaag een feit en ontplofte ’t Friese Haagje: ‘En toen stond het Sportpark pas goed op z’n kop. Iedereen stond op van z’n plaats. Een oorverdovend gejuich, gebrul en gekrijs steeg op uit de duizenden kelen. Armen zwaaiden wild door de lucht. Petten en hoeden werden de lucht in gegooid.’
Bijna dertig jaar later doet Stoffelen de nederlaag af als een cadeautje: ‘Jullie keken zo zielig, zei ik na de wedstrijd, en daarom hebben we jullie maar laten winnen. Aan het eind van de wedstrijd heb ik Abe nog wel uitgescholden voor stinkende boer, maar ik kon alles tegen hem zeggen. Toen zijn we gaan drinken met die boeren. Abe en ik zaten gewoon weer naast elkaar.’ Zijn vrouw Woutrina drukt deze Amsterdamse bluf echter genadeloos de kop in tijdens het gesprek met Jurryt van Vooren voor het Parool: ‘Wat nou boeren?’ ‘Zo noemden we toch iedereen van buiten Amsterdam,’ aldus de geïrriteerde Stoffelen. ‘Ach wat, er was een begrafenisstemming in de bus terug naar Amsterdam. Niemand zei wat,’ reageert Woutrina, die er in 1950 bij was. ‘Helemaal niet waar. Oké, we hadden er de pee in. In Amsterdam zijn we gewoon weer een biertje gaan drinken op het Leidseplein,’ besluit de oud-Ajacied het gesprek.
Ajax eindigde het seizoen met een teleurstellende vierde plaats achter kampioen Limburgia, stadgenoot Blauw-Wit en het Geleense Maurits. Toch gaat het seizoen door deze nederlaag de historie in als bijzonder. Het gebeurt immers niet vaak dat Ajax (of welke andere ploeg dan ook) een dergelijke voorspong weg geeft. Bovendien is de wedstrijd misschien wel de beste die de legendarische Abe Lenstra ooit heeft gespeeld. Ondanks het puntenverlies verdient de wedstrijd van 7 mei 1950 een plekje in het roemruchte verleden van Ajax.
Geschreven op 16 januari 2008 voor Ajaxshowtime.com
De wedstrijd begon zeer voortvarend voor Ajax en Stoffelen. Zeven minuten na de aftrap van Heerenveen lanceerde linkshalf Stoffelen een onthoudbaar schot van buiten het strafschopgebied en doelman Voolstra was voor de eerste maal geklopt. Nog voordat het eerste kwartier gespeeld was, breidden de Amsterdammers de voorsprong uit met een counter via linksbuiten Guus Dräger. Deze kreeg de bal voor het intikken na een passje van Rinus Michels.
Toch waren de pompeblêdden-dragers niet kansloos volgens de Leeuwarder Courant. ‘Heerenveen lanceerde wel gevaarlijke aanvallen – Abe was zeer actief – maar de Ajax achterhoede met rechtsback Potharst en stopperspil Van ’t Hart aan het hoofd, gaven voor rust weinig tot geen kansen weg.’
De Friese krant stak niet onder stoelen of banken dat de bezoekers de sterkere partij waren. Ajax legde de Friezen zowel technisch als tactisch de wil op, en de supporters konden genieten van de ‘vele fraaie combinaties, van dat doordachte positiespel en van die schone through- en crosspasses’ die de Amsterdammers op de mat brachten. ‘Dat was spel, dat werkelijk voetbal mocht heten en waarbij dat van Heerenveen eigenlijk in het niet viel.’
Toch wist Heerenveen via een wonderschoon doelpunt van Abe Lenstra op 1-2 te komen. De Amsterdamse defensie liep achteruit om de voorhoede van Heerenveen te dekken, zonder er rekening mee te houden dat Abe doelman Leentvaar kansloos kon laten met een magistraal afstandschot. Een offensief van de Friezen, met drie hoekschoppen binnen een minuut, hielp Heerenveen daarna niet aan de gelijkmaker waarna Ajax het heft weer stevig in handen wist te nemen. Na iets meer dan een half uur spelen bracht Bruins, de linksbinnen van Ajax, de stand op 1-3 na verkeerd wegwerken van Mollo de Jong, die volgens de krant maar matig voldeed in de eerste helft.
Na rust ging Ajax onder leiding van latere leidsman Michels door met waar het voor rust mee begonnen was. Slechts vijftien seconden na het eerste fluitsignaal van de tweede helft lag de bal achter doelman Voolstra. Slechts drie spelers (Bruins, Krist en doelpuntenmaker Michels) hadden de bal beroerd alvorens deze het net raakte. Een kwartier later leek de wedstrijd definitief beslist te worden toen Michels een fout van Voolstra genadeloos afstrafte en met zijn tweede doelpunt van de dag de 1-5 liet noteren.
Hoewel Abe Lenstra vrijwel direct de 2-5 wist te scoren na een inschattingsfout van Leentvaar, maakten de Ajacieden zich geen zorgen en hadden de supporters van Heerenveen weinig hoop op zelfs maar een gelijkspel. Na een paar tactische omzettingen van Jonkman, die zichzelf als midvoor posteerde en Jan Lenstra naar voren haalde, wist Heerenveen Ajax toch onder druk te zetten. Dat resulteerde in de zeventigste minuut in de 3-5 van Brandsma, die een voorzet van Jan Lenstra tegen de touwen knikte. Drie minuten liep Potharst Abe Lenstra in het strafschopgebied onder de voet, waarna Jonkman de strafschop onberispelijk binnenschoot.
‘Golven van geestdrift sloegen door de toeschouwers. Even leek het erop dat Ajax z’n vorm van voor de rust zou hervinden, maar dra liepen de Friezen alweer storm op het Amsterdamse doel. De Ajaxieden werden geheel overspoeld. Alles verdedigde bij hen, maar voor dit laaiende enthousiasme van de Heerenveners was geen krui meer gewassen,’ aldus het wedstrijdverslag van de Leeuwarder Courant. Vijf minuten voor tijd won Jonkman een duel van Potharst, waarna de toegesnelde Hofma de gelijkmaker op het scorebord bracht. De met stomheid geslagen Amsterdammers waren volledig de weg kwijt, waardoor Abe Lenstra een paar minuten later Brandsma in staat kon stellen Heerenveen op voorsprong te brengen. Hoewel Ajax nog een kort offensief startte tegen de verdediging van Heerenveen, die direct werd versterkt door beide Lenstra’s, was de nederlaag een feit en ontplofte ’t Friese Haagje: ‘En toen stond het Sportpark pas goed op z’n kop. Iedereen stond op van z’n plaats. Een oorverdovend gejuich, gebrul en gekrijs steeg op uit de duizenden kelen. Armen zwaaiden wild door de lucht. Petten en hoeden werden de lucht in gegooid.’
Bijna dertig jaar later doet Stoffelen de nederlaag af als een cadeautje: ‘Jullie keken zo zielig, zei ik na de wedstrijd, en daarom hebben we jullie maar laten winnen. Aan het eind van de wedstrijd heb ik Abe nog wel uitgescholden voor stinkende boer, maar ik kon alles tegen hem zeggen. Toen zijn we gaan drinken met die boeren. Abe en ik zaten gewoon weer naast elkaar.’ Zijn vrouw Woutrina drukt deze Amsterdamse bluf echter genadeloos de kop in tijdens het gesprek met Jurryt van Vooren voor het Parool: ‘Wat nou boeren?’ ‘Zo noemden we toch iedereen van buiten Amsterdam,’ aldus de geïrriteerde Stoffelen. ‘Ach wat, er was een begrafenisstemming in de bus terug naar Amsterdam. Niemand zei wat,’ reageert Woutrina, die er in 1950 bij was. ‘Helemaal niet waar. Oké, we hadden er de pee in. In Amsterdam zijn we gewoon weer een biertje gaan drinken op het Leidseplein,’ besluit de oud-Ajacied het gesprek.
Ajax eindigde het seizoen met een teleurstellende vierde plaats achter kampioen Limburgia, stadgenoot Blauw-Wit en het Geleense Maurits. Toch gaat het seizoen door deze nederlaag de historie in als bijzonder. Het gebeurt immers niet vaak dat Ajax (of welke andere ploeg dan ook) een dergelijke voorspong weg geeft. Bovendien is de wedstrijd misschien wel de beste die de legendarische Abe Lenstra ooit heeft gespeeld. Ondanks het puntenverlies verdient de wedstrijd van 7 mei 1950 een plekje in het roemruchte verleden van Ajax.
Geschreven op 16 januari 2008 voor Ajaxshowtime.com
Abonneren op:
Posts (Atom)