Evenals vele andere kinderen in Nederland ben ik opgegroeid met voetbal. Hoewel ik in eerste instantie een lichte voorkeur had voor autosport, werd ik al snel liefhebber van voetbal. Niet alleen speelde ik met mijn leeftijdsgenoten tactisch wondervoetbal, ook keek ik, vaak samen met mijn vader, veel voetbal op televisie.
Samen met mijn klasgenootjes sleet ik vele dagen op het handbalveld van onze kleine stad. Iedereen probeerde de sterren van de voorgaande avond te imiteren. Meestal werd ik vergeleken met de Italiaan Alessandro del Piero, vooral vanwege onze gelijkende voornamen. Iemand anders ging steevast met de naam van de beste speler ter wereld aan de haal: Ronaldo.
In die tijd twijfelde niemand eraan wie er bedoeld werd bij het vallen van de naam Ronaldo. De Braziliaan Ronaldo Luis Nazário de Lima veroverde de harten van de liefhebbers met snelheid, techniek en doelpunten. Ook zijn beruchte epileptische aanval aan de vooravond van de finale van het WK in Frankrijk (1998) staat in het geheugen van iedere liefhebber gegrift.
Niet voor niets werd Ronaldo drie keer verkozen tot beste speler van de wereld, in 1996, 1997 en 2002. Daarnaast is hij sinds het WK 2006 in Duitsland de speler met de meeste doelpunten gemaakt op een mondiaal eindtoernooi. Door middel van een fraai doelpunt tegen Ghana schoot Il Fenomeno het record van Gerd Müller uit de boeken.
Jaren later viel mij oog op een jeugdelftal van Portugal. Op Eurosport worden nog steeds jeugdtoernooien uitgezonden, een uitgelezen mogelijkheid om eens te kijken hoe de toekomst van andere landen er ongeveer uitziet. Een zelfverzekerde jongeman bezat meer kracht en snelheid dan al zijn leeftijdsgenoten bij elkaar.
Een zomer later haalde Sir Alex Ferguson twee grote talenten voor veel geld op uit Portugal, de Braziliaan Anderson en de Portugees Cristiano Ronaldo dos Santos Aveiro. De laatste was hem zo goed bevallen in een vriendschappelijke wedstrijd tussen Sporting Portugal en Manchester United, dat The Boss hem het legendarische nummer 7 toekende. Het rugnummer van illustere voorgangers als Bryan Robson, George Best, Eric Cantona en David Beckham.
Na een voorzichtige start kon Ferguson al snel niet meer om Cristiano Ronaldo heen. Iedereen weet inmiddels wat een geweldige voetballer de Portugees is. Veel liefhebbers kunnen echter niet genieten van zijn spel door zijn continue misbaar tegen beslissingen van de scheidsrechters en ploeggenoten. Ook wordt hem, net als vele Zuid-Europese spelers, verweten te snel naar de grond te duiken om een vrije trap te verdienen.
Een vergelijking tussen beide spelers loopt al snel mank. Hoewel Cristiano Ronaldo de laatste seizoenen aan de lopende band scoort, is hij van origine een flankspeler. Ronaldo is altijd een doelpuntenmaker geweest. Wel bezitten beiden een goede techniek en zijn ze sneller dan veruit de meeste spelers. Conclusies trekken over wie beter is of was, waag ik me niet aan.
Ook buiten het veld zijn er gelijkenissen. Waar het bij Ronaldo al volledig mis is gegaan, is ook bij Cristiano Ronaldo een duidelijke trend waarneembaar. Zo werd de Portugees al eens beschuldigd van verkrachting en zien de Britse tabloids hem nagenoeg ieder weekend met een ander model het nachtleven induiken. Dit laatste kostte Ronaldo, samen met zijn zwakke knieën, bijna zijn carrière. Jarenlang zag de Braziliaan er uit alsof hij meer tijd in het nachtleven vertoefde dan op het trainingsveld.
Nu lijkt de oude Ronaldo terug, met een succesvolle rentree voor Corinthians en een duidelijke ambitie de wereld nog eenmaal te laten zien hoe goed hij is. De nieuwe Ronaldo zal de komende jaren het voetbalnieuws blijven dicteren en wellicht Portugal aan een grote mondiale prijs helpen. Bij het vallen van de naam Ronaldo zal ik echter altijd denken aan de Braziliaan. De jongens die nu op straat de idolen uit de voetbalwereld imiteren, zullen een andere denkwijze hebben. Voor mij is er echter maar één Ronaldo.
vrijdag 13 maart 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten