maandag 12 januari 2009

FC Barcelona en Real Madrid: eeuwige rivalen

In 1899 werd in Barcelona FC Barcelona opgericht door de Zwitser Hans Gamper, die de inmiddels legendarische clubkleuren (blauw en rood) overnam van FC Basel. De hoofdstad van Spanje kon niet achterblijven en dus werd in 1902 Madrid Football Club opgericht door Engelse immigranten. Dat is niet zo opmerkelijk, aangezien het voetbal in Spanje, net als in veel andere landen, werd geïntroduceerd door de eilandbewoners. FC Barcelona en Real Madrid zijn overigens niet de oudste clubs van Spanje, dat is Recreativo de Huelva.

Ondanks dat de clubs niet de oudste zijn, spelen zij samen de grootste wedstrijd van Spanje. Dat komt onder andere door de politieke achtergrond van de tweestrijd. Barcelona is de hoofdstad van de autonome regio Catalonië, en Catalonië zag en ziet zichzelf als onafhankelijke staat (sporadisch hangt er in het Camp Nou nog een spandoek met de tekst: Catalunya is not Spain). Madrid is de hoofdstad van Spanje, en de Madrilenen zien Catalonië als deel van Spanje, hoewel de Catalonië in de Spaanse constitutie wordt omschreven als een natie. Daar staat tegenover dat de Spaanse regering dit als puur taalkundig heeft verklaard en het zowel politiek als juridisch niet geldt. De Spaanse grondwet erkent immers slechts één land: het Koninkrijk Spanje.

De eerste FC Barcelona-Real Madrid was op 13 mei 1902. FC Barcelona won met 3-1. Opvallend is dat de officiële website van Real Madrid slechts over de wedstrijd meldt da FC Barcelona met veel buitenlanders speelde. Gelukkig voor de Madrilenen werd later in het seizoen Español nog wel verslagen, waardoor de eerste prijs voor de Koninklijk een feit was, de Copa de la Gran Peña.

Er was toen natuurlijk al wel sprake van rivaliteit, maar nog niet in de mate na het tijdperk van Franco. Toch ontstond tijdens de dictatuur van generaal Primo de Rivera in de jaren ‘20, toen Catalonië werd onderdrukt, al de eerste echte haat jegens de hoofdstad. Dat werd er natuurlijk niet veel beter op onder de dictatuur van Franco, die zoals bekend de gehele Catalaanse cultuur verbood. Alleen tijdens de thuiswedstrijden van FC Barcelona konden de Catalanen hun nationalisme kwijt. Eén van de hoofdredenen van de haat jegens Madrid is de moord op de voorzitter van FC Barcelona Sunyol. Sunyol was extreem links en vertegenwoordigde de politieke partij Esquerra Republicana de Catalunya in Madrid. Hij zorgde ervoor dat er meer culturele vrijheden kwamen en was een bekende man in Barcelona. Niet dat het voor hem allemaal rozengeur en maneschijn was toen hij voorzitter werd van FC Barcelona (in 1935), want hoewel het beeld bestaat dat alle Catalanen zich willen afscheiden van Spanje is het merendeel in werkelijkheid helemaal niet zo extreem. De radicale Sunyol kreeg dan ook te maken met tegenstand van de rest van het bestuur van FC Barcelona.

Die verdeeldheid was overigens in heel Catalonië een probleem. Een deel van de bevolking bleef voor onafhankelijkheid, het andere deel was voor aansluiting bij Spanje. Uiteindelijk overwonnen de extremen, waarna Sunyol naar Madrid werd gestuurd als vertegenwoordiger. Op 6 augustus was hij op weg naar Madrid, maar hij en een journalist reden zonder het te weten een verboden gebied binnen, Sierra de Guadarrama. Zonder terechtstelling werd hij gearresteerd en geëxecuteerd. Een week later drong het nieuws door in Barcelona. Franco had de voorzitter van hun club vermoord. Veel gematigden werden hierdoor extremer in hun standpunten en de haat jegens Madrid nam nog grotere vormen aan.

Naast de overigens niet bewezen directe invloed van Franco op de resultaten van Real Madrid, zorgde ook de overgang van Alfredo di Stefano van Millionarios (Colombia) naar Real voor de nodige opschudding. In 1953 leek De Blonde Pijl, zoals de bijnaam van Di Stefano luidt, op weg naar FC Barcelona. Eenmaal aangekomen in Spanje bleek echter dat de Spaanse voetbalbond de transfer niet goedkeurde. Barcelona had immers alleen een akkoord met River Plate, die slechts een deel van de rechten in handen hadden. Catalanen zien het echter anders. Die beweren dat de Spaanse bond de opdracht kreeg van Franco om de transfer af te gelasten. Feit is dat Di Stefano niet naar Barcelona verhuisde, maar naar de Koninklijke en daar groeide hij uit tot de beste speler uit de historie van de club.

Natuurlijk zijn er ook andere reden voor de rivaliteit. FC Barcelona en Real Madrid zijn de grootste clubs van Spanje met de meest roemruchte histories. Alleen Athletic Bilbao en Atlético Madrid komen nog enigszins in de buurt. Opvallend is dat ook deze clubs niet onomstreden zijn. Net als een deel van de Catalanen wil een deel van de Baskische bevolking zich immers ook afscheiden van Spanje. De haat tegen de regering is in Baskenland misschien zelfs groter dan in Catalonië. Toch richten de Basken zich op voetbalgebied meer tot elkaar. Voor Bilbao is de wedstrijd tegen rivaal Real Sociedad minstens van even groot belang als een wedstrijd tegen de hoofdstedelingen. Als je kijkt naar het verschil in aantal prijzen tussen Real Madrid en FC Barcelona is het verschil overigens ook groot, want Real Madrid heeft vele landtitels meer en bovendien de Europa Cup I/Champions League negen keer in de wacht gesleept (hoewel zes hiervan mede mogelijk werden gemaakt door inmenging van Franco). Alleen qua Copa del Rey’s verslaat FC Barcelona Real Madrid. Die ging 24 keer naar FC Barcelona en slechts zeventien keer naar Real Madrid. De Basken van Athletic Bilbao wisten de nationale beker overigens 23 keer te winnen.

Toch blijven onderlinge confrontatie tussen Real en Barça vooral politiek beladen, al moet worden bedacht dat als FC Barcelona niets meer was dan een subtopper er waarschijnlijk niet zo’n grote wedstrijd van gemaakt zou worden door de media. Al weken van tevoren zijn er vooruitblikken naar “El Classico”, en er wordt natuurlijk ook vaak teruggekeken.


Er zijn talloze voorbeelden van opzienbarende wedstrijden tussen de aartsrivalen. Vele Nederlanders zullen zich één specifieke versie van “El Classico” nog duidelijk voor de geest kunnen halen. In 1974 speelde Johan Cruijff (foto links) immers een alles bepalende rol in de legendarische 0-5 overwinning op de Koninklijke. Een week voor de wedstrijd kregen Danny en Johan Cruijff een zoon. Toen Johan de naam Jordy opgaf bij de gemeente van Barcelona, werd dit geweigerd door de dienstdoende ambtenaar. Jordy is immers de naam van een Catalaanse heilige, en Catalaanse namen waren uit den boze onder het regime van Franco. Toch kreeg Johan het, waarschijnlijk door zijn Amsterdamse bluf, voor elkaar zijn zoon Jordy te noemen. Een week later werd zoals gezegd Real Madrid aan de hand van Nederlands beste voetballer aller tijden vernederd. De Catalanen zagen deze overwinning niet alleen als een overwinning op Real Madrid, maar misschien nog wel meer als een overwinning op de dictatuur. Aan het einde van het seizoen werd Barcelona voor het eerst in veertien jaar weer landskampioen.

Onder het regime van Franco speelde zich nog een bizarre editie af. In het bekertoernooi van 1943 wonnen de Catalanen in Barcelona de eerste wedstrijd van de halve finale gemakkelijk met 3-0. De finale leek binnen handbereik, maar de tweede wedstrijd in Madrid werd met maarliefst 11-1 verloren. Niet alleen gaven de spelers aan doodsbang te zijn geworden van het publiek, ook bleek dat de staatsveiligheidsdienst van Franco de Catalaanse selectie vooraf had bedreigd. Naar verluid maakte ook de scheidsrechter nog een paar dubieuze beslissingen. Een paar maanden later maakte Santiago Bernabéu, de legendarische voorzitter van Real, zijn excuses. Real Madrid verloor de finale overigens na verlenging met 1-0 van Bilbao.

Een niet te vergeten element van wedstrijden tussen Real en Barça zijn spelers die de overstap van de één naar de ander maakten. Niet alleen roepen deze spelers talloze spreekkoren over zichzelf af, ook andere represailles blijven vaak niet uit. Het beste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Luis Figo. Nadat Figo, één van de beste spelers van de wereld op dat moment, in de zomer van 2000 van Barcelona naar Madrid verkaste, kreeg de Portugees tijdens “El Classico” in Camp Nou een varkenshoofd naar zijn hoofd geslingerd toen hij zich voorbereidde op het nemen van een hoekschop. Figo werd door de Catalaanse supporters uitgemaakt voor geldwolf. De 127-voudig international (32 doelpunten) tekende een voorcontract bij presidentskandidaat Florentino Perez om druk te zetten op de leiding van Barcelona. Het was immers naar buiten gekomen dat Jari Litmanen meer verdiende dan Figo, die daar niet mee kon leven en een hoger salaris eiste. Toen Perez de presidentsverkiezing verrassend won van toenmalig voorzitter Lorenzo Sanz, hield hij Figo aan het voorcontract en maakte Figo de veelbesproken overstap.

Het moge duidelijk zijn dat wedstrijden tussen Real Madrid en FC Barcelona tot de meest beladen wedstrijden op de wereld horen. Niet alleen in Spanje wordt er veel aandacht aan besteed, ook in veel andere landen kijken veel mensen aan het begin van het seizoen wanneer deze wedstrijden plaatsvinden. In Nederland zijn we gezien de historie erg geïnteresseerd in Barcelona, waar sinds de jaren ’70 veel landgenoten naam hebben gemaakt. Momenteel staan er echter zes Nederlanders onder contract bij de Madrilenen. Een onverwachte maar zeker niet oninteressante ontwikkeling.
Origineel geschreven op 3 januari 2005, herschreven op 12 januari 2009. Origineel geplaatst op Soccerquest.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten