dinsdag 16 juni 2009

De Koeman Show

Ronald Koeman staat weer op het veld. Na een seizoen zonder club te hebben gezeten, staat Koeman sinds deze week op het trainingsveld van landskampioen AZ. Enkele weken geleden werd hij door voorzitter Dirk Scheringa gepresenteerd als opvolger van de beoogde sir Alex Ferguson van de Zaanstreek. Daarmee komt een einde aan een clubloos jaar van Koeman. Toch was er geen sprake van een roemloos jaar, want Koeman maakte een jaar lang een onuitwisbare indruk bij de NOS. Niet alleen gaf Koeman analyses bij Champions League wedstrijden, ook schoof hij zondags regelmatig aan bij de Jack van Gelder show.

Ik heb genoten van Koeman het afgelopen jaar. Hij wekte de indruk geen enkele spijt te hebben van zijn overstap naar Valencia. Misschien alleen omdat de kans dat hij ooit nog trainer van het door hem geliefde Barcelona wordt, gekrompen is, want serieus nemen ze Koeman niet meer in Spanje. Toch zie ik Koeman na het lezen van een vernietigend artikel in Marca slechts zijn schouders ophalen, snel naar de zolder lopen, een aantal medailles tevoorschijn halen en zichzelf een klopje op zijn schouder geven. “Laat ze maar schrijven, ik ben wel een goede trainer.” Vlak voor het slapengaan doet Bertina nog een duit in het zakje. “Ja schat, je bent een topper.” Tevreden sluit Koeman zijn ogen.

In de overtuiging van zijn eigen gelijk voelde Koeman zich niet te groot te solliciteren bij elke trainerloze club. Huub Stevens ging weg bij PSV, Koeman bood zich aan bij Jan Reker. ‘Sorry dat ik naar Valencia ging, maar de train komt maar één keer langs en dan moet je erop springen.’ Marco van Basten achtte zichzelf niet capabel Ajax verder te leiden, Koeman had wel oren naar een terugkeer bij Ajax. ‘Ajax is en blijft een mooie club, daar zeg ik niet op voorhand nee tegen.’ Louis van Gaal kreeg zijn gewilde laatste kans in de Europese top bij Bayern, Koeman zag zijn kans schoon weer voort te borduren op het werk van een toptrainer. Dit keer stuurde hij zijn zakenwaarnemer naar Alkmaar in plaats van zelf een open sollicitatie te doen op zondagavond. Ik vraag me af welke open deur Koeman intrapte tijdens zijn eerste ontmoeting met de leiding van de club.

De Champions League avonden bij de NOS zullen aankomend seizoen niet meer hetzelfde zijn. Open deuren kunnen ook door Youri Mulder ingetrapt worden, maar Engelse clubnamen komen niet zo mooi over zijn lippen als bij Koeman. Hopelijk is de NOS zo verstandig Koeman voor iedere Champions League wedstrijd van AZ te interviewen. Mocht AZ toevallig Mansjester of Sjelsea loten in de eerste ronde, is mijn seizoen bij voorbaat al geslaagd. Tom Egbers moet vooral niet vergeten vooraf de opstelling te vragen aan Ronald. Ik ben benieuwd wie er op de kool staat.

donderdag 28 mei 2009

De vloek van het ouder worden

Ieder jaar kom ik ze weer tegen met mijn voetbalelftal: oude, ongetwijfeld onder de plak zittende mannen die op zondag de herinnering aan vervlogen tijden in leven proberen te houden door een potje te gaan voetballen. Helaas gaat het allemaal niet meer zo soepel, de spieren kunnen niet meer wat het hoofd bedenkt.

Deze mannen worden bang als ze op internet lezen dat de volgende tegenstander Swift heet. Daar spelen immers vaak studenten die nog wel fit zijn. Hoe gaan we ze dit weekend in hemelsnaam bijbenen? Op zondag verzamelen ze op de club om richting Amsterdam Oud-Zuid te trekken, een door jaloezie verafschuwde buurt. Dat Swift gewoon op één van de mooiste sportparken van het land speelt, kunnen de heren vaak niet toegeven.

Eén van deze oude mannen is schrijver Jan van Mersbergen. Op zijn blog geeft meneer aan ‘altijd te willen schoppen’ wanneer hij tegen Swift speelt. Verontwaardigde reacties op deze schoppen kan hij niet geloven, het is toch voetbal? Natuurlijk hoort fysiek contact bij de sport maar een speler die wil ‘schoppen’ en ‘uitdelen’ vanwege de achtergrond van de tegenstander is niet hetzelfde als een ‘fysieke en nette speler’, beste Jan.

Het is niet zo dat iedere in Amsterdam Oud-Zuid woonachtige jongen nooit een strobreedte in de weg is gelegd. En mocht dat wel zo zijn, dan zou u daar op het veld absoluut geen verandering in kunnen brengen. Maargoed, u heeft door te schoppen ongetwijfeld een aantal prachtige weekenden gehad. Nederlagen kunnen een aantal goedgeplaatste geweldsdelicten natuurlijk nooit verpesten.

Afgelopen seizoen zijn wij (Swift zondag 11) ondanks een aantal Jan van Mersbergen-elftallen kampioen geworden en dus gepromoveerd. We promoveren ons dus wel bij hen vandaan. Ik adviseer de heer Van Mersbergen zo spoedig mogelijk te stoppen, maar heb weinig hoop van slagen. Aan de andere kant wil ik hem zijn plezier niet ontnemen: hij mag me best een keertje schoppen.

Reactie op blog van Jan van Mersbergen, 23 mei 2009, klik hier

donderdag 14 mei 2009

Boring Arsenal, een gratis hamburger, geen camera, COME ON BURNLEY!

Een goede vriend van mij vertoefde enkele maanden in Londen en gezien de afstand en het brede scala aan vervoersmiddelen, leek het me meer dan redelijk een bezoekje te brengen aan deze stad. Ik was nog maar een enkele keer op het Britse eiland geweest en keek er het hele weekend dan ook steevast de verkeerde kant op bij het oversteken.

Ik besloot met de trein te reizen. Dat leek me wel een keer leuk. Jammer dat je langer over het eerste stuk (van Amsterdam naar Brussel) doet dan over het tweede stuk (van Brussel naar Londen). Bovendien was het uitermate irritant dat iedere mededeling in zowel het Engels, het Nederlands als het Frans werd gedaan, hoewel het in Frans ondergedompelde Nederlands van een enkeling best vermakelijk was.

Aangekomen in de stad, stapten we natuurlijk in de eerste de beste dubbeldekker, die ons maar al te graag richting het noorden van het centrum bracht. Daar was het hoog tijd een kijkje te nemen in het studentencomplex waar ik drie nachten zou resideren. De buren bleken geniaal, de keuken uitermate smerig, de douches op allerlei manieren gehandicapt en ook de wekenoude drol in de WC droeg zijn steentje bij aan de algemene indruk.

Ondanks de hoeveelheid afval in de keuken, lukte het me twee keer een hele aardige maaltijd op tafel te zetten. Dit in tegenstelling tot de Britse culinaire hoogstandjes die we in de kantine van het complex voorgeschoteld kregen op de eerste avond. Een echte aanrader voor liefhebbers van grote stapels ongezond eten, want zelfs de groentes leken mijn weerstand slechts te verslechteren.

De bedoeling van het weekend was naast de nodige gezelligheid natuurlijk ook het bezoeken van een Britse pot voetbal. Na een lange en intensieve speurtocht bleken alle lower league clubs te ver weg. Hoe is het toch mogelijk dat een reis binnen één stad even lang kan duren als een enkeltje Eindhoven. Gelukkig was het FA Cup weekend en konden we voor het schamele bedrag van 46 pond genieten van Arsenal-Burnley. Gelukkig konden we gratis met bus, want ook in Londen vertoont de OV-chipkaart (de Oyster) wat problemen. Niet met de apparatuur, maar als je ook zonder te scannen naar binnen en buiten kan, is het systeem nog niet waterdicht in mijn ogen.

De wedstrijd was natuurlijk eigenlijk helemaal niet leuk. Burnley had het geluk voor het seizoen al opgemaakt in eerdere cupconfrontaties met Premier League clubs en Arsenal is gewoon een walgelijke club, met vooral een verschrikkelijke trainer en een ergerniswekkend hoog aantal buitenlanders onder contract. En om nou te zeggen dat de sfeer in het stadion typisch was…Om eens heen zaten voornamelijk andere toeristen, die in tegenstelling tot ons wel een werkende camera of in ieder geval een niet prehistorische mobiele telefoon hadden meegenomen.

Ondanks drie mooie doelpunten (Vela, Eduardo en Eboué) was de wedstrijd eigenlijk het aanzien niet waar. Mooier was de Burnley aanhang die het elftal luidkeels aanmoedigende, zelfs bij deze kansloze nederlaag. Come on, Burnley! Sommige supporters waren zelfs zo fanatiek, dat de stewards zich genoodzaakt zagen ze af te voeren. Voor ons deden er bij Burnley maarliefst twee bekenden mee, te weten Joey Gudjohnsson (eerder RKC en AZ) en Christopher Eagles (eerder NEC), en doelman Jensen deed ons qua postuur enigszins aan een keeper van FC Volendam denken.

Overigens was het leukste aan de hele wedstrijd dat we voor de wedstrijd maarliefst zes pond hadden gewed, drie op 2-0 en drie op 3-0. Omdat we zoveel geld hadden uitgegeven aan een kaartje, konden we de 21 pond die we wonnen goed gebruiken. We gingen dan ook direct na het ophalen van het geld een hamburger halen, en ik moet zeggen, het voelde alsof hij gratis was en lekkerder dan dat ga je ze niet krijgen in je leven.

Toegegeven: het stadion is best mooi en de sfeer rondom het stadion deed mij denken aan verslagen van anderen, maar uiteindelijk viel het geheel toch ietwat tegen. Niet dat ik me niet prima vermaakt heb en er absoluut geen spijt van zo’n grote investering in deze club te doen, maar het voelde niet als een nieuwe ervaring. Het was een doodnormale wedstrijd en sfeer en daarom kan ik nog steeds zeggen: I’ve never seen an English game.

woensdag 6 mei 2009

Tijdloos

Het is eenenvijftig jaar geleden dat Pelé Brazilië haar eerste wereldtitel bezorgde. Inmiddels is Brazilië vijf keer wereldkampioen geworden in verschillende decennia, maar toch wordt ieder Braziliaans talent nog altijd vergeleken met O Rei.

Het is negenenveertig jaar geleden dat Alfredo di Stéfano met onder andere drie doelpunten in de finale Real Madrid naar de eerste Europa Cup 1 schoot. Inmiddels heeft de club de cup met de grote oren negen keer in de prijzenkast staan, maar nog steeds staat Di Stéfano bij iedere aankoop van De Koninklijke symbool voor de grootse historie van de club.

Het is vijfendertig jaar geleden dat Nederland aan de hand van Johan Cruijff de wereld liet kennismaken met het totaalvoetbal. Inmiddels toont vrijwel ieder (groot) toernooi aan dat een behoudende tactiek de winstkansen aanzienlijk vergroot, maar toch streven veel Nederlandse clubs nog steeds naar aanvallend en dominerend voetbal.

Het is zevenentwintig jaar geleden dat Brazilië liet zien dat je een eindtoernooi niet hoeft te winnen om naam te maken. Inmiddels is Griekenland Europees Kampioen geworden met de meest verdedigende tactiek aller tijden, maar nog steeds smullen de liefhebbers bij de gedachte aan de Braziliaanse spelers van toen.

Het is drieëntwintig jaar geleden dat Maradona Argentinië met twee legendarische doelpunten langs Engeland loodste. Daarna deed Pluisje ongeveer alles wat god verboden heeft, maar toen hij met acuut levensgevaar werd opgenomen in het ziekenhuis leefde iedereen met hem mee en toen hij wel oren had in het bondscoachschap van zijn land werd hij direct aangesteld, want ja, het is wel Diego Maradona.

Het is zeventien jaar geleden dat Johan Cruijff als trainer ervoor zorgde dat FC Barcelona eindelijk kampioen van Europa werd. Hoewel Frank Rijkaard dat kunstje veertien jaar later herhaalde, werd zijn ploeg slechts omgedoopt tot Dream Team II, want Cruijff`s ploeg is en blijft voor de socios het absolute droomelftal.

Het is veertien jaar geleden dat Louis van Gaal met Ajax de wereld veroverde. Niemand verwachtte dat Nederlands clubs nog een rol van betekenis konden spelen in Europa, maar met jonge talenten en een gewaagde speelstijl kreeg Van Gaal de wereld aan zijn voeten. Inmiddels is Van Gaal met AZ kampioen geworden door op de counter te spelen, maar toch herinneren Ajacieden zich Van Gaal als de held van ‘95.

Het is pas negentien jaar geleden dat ik geboren werd. De meeste van bovenstaande elftallen heb ik zelf nooit aan het werk gezien. Toch keren ze altijd en overal terug als je over voetbal leest of praat. Je hoort vrijwel nooit mensen praten over de heroïsche overwinningen van Duitsland, of de door Italiaanse elftallen behaalde successen. Voetbal blijft een spel om de toeschouwers te vermaken en mensen herinneren zich de mooiste elftallen. Goed voetbal is tijdloos.

maandag 4 mei 2009

De angst regeert

Vorige week werden de eerste halve finales van de Champions League gespeeld. FC Barcelona trad in het eigen Camp Nou aan tegen het Chelsea van Guus Hiddink. De Nederlander is inmiddels overal op de wereld geliefd en wordt door velen gezien als misschien wel de beste trainer van de wereld. Op voorhand kondigde Guus geluk aan dat zijn team het veld op zou gaan om een doelpunt te maken. Niet bleek minder waar. De angst voor de geoliede aanvalsmachine van de Catalanen was zo groot, dat Hiddink besloot maar één speler over de middellijn op te stellen: Drogba. Josep Guardiola, trainer van Barça, stuurde zijn manschappen zoals iedere wedstrijd naar voren. Helaas bleken de twee muren die Chelsea voor haar eigen doel optrok niet te slechten.

Om te winnen moet je minimaal één doelpunt meer maken dan de tegenstander. Van wie anders dan onze legendarische landgenoot Johan Cruijff kan deze uitspraak zijn. Guardiola werd door Cruijff in de jaren ’90 bij het eerste elftal van Barcelona gehaald en groeide uit tot zijn belangrijkste speler. Het is dus niet toevallig dat Guardiola dezelfde denkwijze heeft als Cruijff. Hiddink blijkt de Hollandse school echter niet meer aan te hangen. Om te winnen moet je minimaal één doelpunt minder tegen krijgen dan je tegenstander, moet zijn gedachte zijn geweest. Een denkwijze die door vele trainers van Europese (top)clubs wordt gedeeld.

Deze manier van spelen is slechts op één manier af te straffen: door met aanvallend voetbal ervan te winnen. Verdedigen is echter makkelijker dan aanvallen, dus het zou mij niet verbazen als Chelsea aanstaande woensdag Barça verslaat, wellicht na wederom een 0-0 en een strafschoppenserie. Of Barça geeft in de aanvalsdrift net teveel ruimte aan die ene aanvaller van Chelsea. En dan staat Chelsea voor de tweede keer op rij in de finale van het belangrijkste Europese toernooi, zonder daadwerkelijk beter te zijn dan anderen. De supporters van Chelsea zal het niet interesseren, zolang hun ploeg maar in de finale staat.

Neem het deze supporters maar eens kwalijk. Voetbal is een spel om de toeschouwers te vermaken. Maar wat vermaakt het publiek meer: goed voetbal of goede resultaten? De combinatie leidt logischerwijs tot grootste genot, maar blijkbaar is deze voor vele clubs onbereikbaar. Zelf zou ik ook juichen als mijn favoriete clubs succes hebben met een behoudende tactiek, maar lang zou ik het niet volhouden. Uiteindelijk wil ik veel en mooie doelpunten zien als ik in het stadion zit. Spanning vergoedt sporadisch veel, maar voor mij lang niet genoeg.

Eén van de oorzaken van het verdedigende voetbal is een regel die is ingevoerd om het voetbal juist aanvallender te maken. Een uitdoelpunt telt immers dubbel bij gelijke stand. Dit houdt in dat de thuisspelende ploeg vaak met de handrem erop speelt (niet in de eerder genoemde wedstrijd overigens), terwijl de regel juist bedoeld is om de uitspelende ploeg aan te laten vallen. Een afschaffing van deze gedateerde regel lijkt mij de eerste stap richting aantrekkelijker (Europees) voetbal.

Ook in Nederland lijkt de angst te regeren. AZ werd vorig seizoen ondanks alle goede intenties vaak verslagen. Een elfde plaats was het onlogische gevolg. Om dit te voorkomen bleek zelfs een fervent aanhanger van aantrekkelijk voetbal, Louis van Gaal, bereid veel behoudender te gaan spelen. Natuurlijk niet zo extreem zoals Chelsea dat deed in Camp Nou, maar ook niet minder extreem dan PSV de afgelopen jaren. Het bleek helaas weer een sleutel tot succes, mede doordat ploegen die wel graag willen aanvallen daar eigenlijk helemaal niet toe in staat zijn, laat staan dat de zwakkere broeders een goed georganiseerde defensie kunnen verslaan.

Hopelijk wint het FC Barcelona van Guardiola de Champions League. Drie jaar geleden won Barça de cup onder leiding van Frank Rijkaard. Hoewel deze ook aanvallend speelde, is de huidige ploeg mooier om te aanschouwen. Waar de ploeg van Rijkaard het vooral moest hebben van de individuele kwaliteiten van Ronaldinho en Deco, zorgt het combinatiespel van de huidige ploeg juist voor de mooiste (team)doelpunten van de afgelopen jaren. Zul je zien dat Drogba roet in het eten gaat gooien…

maandag 27 april 2009

Het Moment

Landelijk Economen Zaalvoetbaltoernooi. Halve finale, het niveau stijgt per wedstrijd. Al een paar minuten de bal niet meer gehad. Van voet tot voet gaat hij er steeds net voor onze neus vandoor. De achterstand is terecht, maar ongelukkig tot stand gekomen. Een fractie van concentratieverlies lijkt fatale gevolgen te krijgen, het toernooi ten einde. De minutenlange aanval eindigt uiteindelijk in de handen van onze doelman.

Tijd voor een sprint. De tegenstander gelooft het wel, ze gaan winnen. De doelman werpt de bal strak richting de linkerflank. Zonder te twijfelen of aannemen volgt een schot op doel. Verbijsterd kijken vijf mannen naar hun eigen doel. Hij zit erin. Drie minuten de bal gehad en binnen drie seconde een doelpunt. Aan de andere kant: het is gelijk.

Een paar minuten later maken we de winnende. De tegenstander is geen schim meer van de eerste driekwart van de wedstrijd. Catenaccio ten top heeft het zelfvertrouwen de nek om gedraaid. Ook zo winnen geeft een heerlijk gevoel. De tegenstander kansloos laten, terwijl ze alle kans dachten te hebben. De overwinning is onterecht, maar niet gelukkig tot stand gekomen.

maandag 16 maart 2009

De Trainer, deel I

Het is donderdagavond. De hele dag achter de computer gezeten op kantoor. Een ideaal moment om samen met vrouwlief te dineren. Laatst nog ergens gelezen dat tafelmomenten essentieel zijn voor een goede en gezonde relatie. Waar halen ze de onzin toch vandaag? De aandacht verslapt. Ik sta niet voor niets op dit slecht verlichte trainingsveld.

Afgelopen weekend weer kansloos de boot ingegaan. Deze cursus kan ik wel gebruiken getuige de ranglijst. Inmiddels alles al geprobeerd. Kan ik het helpen dat mijn spelers niet kunnen voetballen? Een extra diploma staat goed op mijn CV. Hopelijk ontslaat het bestuur me niet. Wegdromend luister ik naar de instructies. Pionnen hier, pijlen daar...Taktiek bepalen is als het naschilderen van een Mondriaan. Rechte lijnen, maar het ziet er interessant uit.

Eindelijk heb ik een nieuwe jas van de club gekregen. Een paar maten te groot. Het hele seizoen mijn tenen eraf gevroren. Uitgerekend vandaag is het warm. Mijn initialen staan op de jas gedrukt. Zo heb ik het in de Premier League gezien. Professionaliteit zit in de details. Ik weet het nu zeker: dit weekend gaan we winnen.

vrijdag 13 maart 2009

There is only one Ronaldo

Evenals vele andere kinderen in Nederland ben ik opgegroeid met voetbal. Hoewel ik in eerste instantie een lichte voorkeur had voor autosport, werd ik al snel liefhebber van voetbal. Niet alleen speelde ik met mijn leeftijdsgenoten tactisch wondervoetbal, ook keek ik, vaak samen met mijn vader, veel voetbal op televisie.

Samen met mijn klasgenootjes sleet ik vele dagen op het handbalveld van onze kleine stad. Iedereen probeerde de sterren van de voorgaande avond te imiteren. Meestal werd ik vergeleken met de Italiaan Alessandro del Piero, vooral vanwege onze gelijkende voornamen. Iemand anders ging steevast met de naam van de beste speler ter wereld aan de haal: Ronaldo.
In die tijd twijfelde niemand eraan wie er bedoeld werd bij het vallen van de naam Ronaldo. De Braziliaan Ronaldo Luis Nazário de Lima veroverde de harten van de liefhebbers met snelheid, techniek en doelpunten. Ook zijn beruchte epileptische aanval aan de vooravond van de finale van het WK in Frankrijk (1998) staat in het geheugen van iedere liefhebber gegrift.

Niet voor niets werd Ronaldo drie keer verkozen tot beste speler van de wereld, in 1996, 1997 en 2002. Daarnaast is hij sinds het WK 2006 in Duitsland de speler met de meeste doelpunten gemaakt op een mondiaal eindtoernooi. Door middel van een fraai doelpunt tegen Ghana schoot Il Fenomeno het record van Gerd Müller uit de boeken.

Jaren later viel mij oog op een jeugdelftal van Portugal. Op Eurosport worden nog steeds jeugdtoernooien uitgezonden, een uitgelezen mogelijkheid om eens te kijken hoe de toekomst van andere landen er ongeveer uitziet. Een zelfverzekerde jongeman bezat meer kracht en snelheid dan al zijn leeftijdsgenoten bij elkaar.

Een zomer later haalde Sir Alex Ferguson twee grote talenten voor veel geld op uit Portugal, de Braziliaan Anderson en de Portugees Cristiano Ronaldo dos Santos Aveiro. De laatste was hem zo goed bevallen in een vriendschappelijke wedstrijd tussen Sporting Portugal en Manchester United, dat The Boss hem het legendarische nummer 7 toekende. Het rugnummer van illustere voorgangers als Bryan Robson, George Best, Eric Cantona en David Beckham.

Na een voorzichtige start kon Ferguson al snel niet meer om Cristiano Ronaldo heen. Iedereen weet inmiddels wat een geweldige voetballer de Portugees is. Veel liefhebbers kunnen echter niet genieten van zijn spel door zijn continue misbaar tegen beslissingen van de scheidsrechters en ploeggenoten. Ook wordt hem, net als vele Zuid-Europese spelers, verweten te snel naar de grond te duiken om een vrije trap te verdienen.

Een vergelijking tussen beide spelers loopt al snel mank. Hoewel Cristiano Ronaldo de laatste seizoenen aan de lopende band scoort, is hij van origine een flankspeler. Ronaldo is altijd een doelpuntenmaker geweest. Wel bezitten beiden een goede techniek en zijn ze sneller dan veruit de meeste spelers. Conclusies trekken over wie beter is of was, waag ik me niet aan.

Ook buiten het veld zijn er gelijkenissen. Waar het bij Ronaldo al volledig mis is gegaan, is ook bij Cristiano Ronaldo een duidelijke trend waarneembaar. Zo werd de Portugees al eens beschuldigd van verkrachting en zien de Britse tabloids hem nagenoeg ieder weekend met een ander model het nachtleven induiken. Dit laatste kostte Ronaldo, samen met zijn zwakke knieën, bijna zijn carrière. Jarenlang zag de Braziliaan er uit alsof hij meer tijd in het nachtleven vertoefde dan op het trainingsveld.

Nu lijkt de oude Ronaldo terug, met een succesvolle rentree voor Corinthians en een duidelijke ambitie de wereld nog eenmaal te laten zien hoe goed hij is. De nieuwe Ronaldo zal de komende jaren het voetbalnieuws blijven dicteren en wellicht Portugal aan een grote mondiale prijs helpen. Bij het vallen van de naam Ronaldo zal ik echter altijd denken aan de Braziliaan. De jongens die nu op straat de idolen uit de voetbalwereld imiteren, zullen een andere denkwijze hebben. Voor mij is er echter maar één Ronaldo.

maandag 23 februari 2009

Mijn plek in het Ajax stadion

Drie jaar geleden kwam mijn vader met het idee samen twee seizoenskaarten voor onze favoriete club te kopen. Een ideaal vader-zoon momentje nu ik mijzelf langzaamaan van de ketenen van de ouders verlos. Afgelopen zomer besloot vader echter een jaar in Barcelona te gaan wonen. Weg seizoenskaart, dacht ik, maar gelukkig wilde een vriend van mij graag vader’s plek overnemen. Zodoende zit ik ook dit seizoen iedere thuiswedstrijd van Ajax in het stadion.

Iedere thuiswedstrijd is het stadion goed gevuld. Al snel valt op dat er verschillende type supporters bestaan. Er zijn natuurlijk de fanatieke spring-zing-trommel-supporters die gegroepeerd in de hoek van het stadion zitten, of liever gezegd staan. De sfeer wordt ontegenzeggelijk door deze mannen (pubers) gemaakt, maar zodra ze zich bij ontdoen van kledij en de rug naar het veld toekeren, vraag je jezelf toch af of je hier niet met een verkapt gehandicaptenvak te maken hebt.

Een heel ander type supporter zit op de hoofdtribune. Na een borrel in de Sky Lounge nemen deze mannen en vrouwen keurig plaats. Terwijl de sociale contacten onderhouden worden volgen ze zijdelings wat er op het veld gebeurd. Echte beleving is bij deze mensen vaak ver te zoeken.

Zelf zit ik tussen beide typen in. Enorm meeleven met de wedstrijd, opspringen bij belangrijke gebeurtenissen, applaudisseren van de helden en meezingen met het clublied is mij niet teveel gevraagd. Toch heb ik moeite om mee te zingen met de spreekkoren. Het beledigende soort laat ik sowieso achterwege, maar ook positieve spreekkoren laat ik opvallend vaak aan me voorbij gaan. Het irritante aan deze inspirerende liederen is dat ze dagen na de wedstrijd nog steeds door mijn hoofd spoken.

In het stadion zitten allerlei interessante personen, zo ook in ons vak. Van achteren wordt al jaren getracht ons doof te maken door een meneer die wij aanduiden als ‘De Schreeuw’. Humor kan deze fanatiekeling niet ontzegd worden, maar zijn volume is verre van aangenaam. Nog nooit heb ik mij overigens omgedraaid om te kijken hoe De Schreeuw eruit ziet. Zijn stem herken ik echter uit duizenden.

Naast ons zitten aan de ene kant ‘De Rokers’. Toen roken nog toegestaan was in het stadion zat het stel aan de lopende band te roken. Sinds het rookverbod neemt vrouwlief een andere man mee. Zou het rookverbod een einde hebben gemaakt aan de relatie? Naast De Rokers zitten een vader en zijn in de puberteit zittende zoon. Zowel de vader als de zoon zijn bloedfanatiek en schamen zich er niet voor alles en iedereen uit te maken voor van alles en nog wat. Je krijgt al snel het idee dat ze het uitstapje naar het stadion gebruiken als uitlaatklep voor opgekropte frustraties uit de rest van het leven. Ook lijkt zoonlief niets liever te willen dan aansluiting te vinden bij de eerder genoemde fanatieke aanhang.

De andere kant wordt bemand door een wat dikkere vrouw die tegen de laagvliegers altijd aanwezig is, maar de Klassieker gek genoeg iedere keer laat schieten. Ze volgt de wedstrijd altijd op de voet en zou niet misstaan als commentator. Vrijwel iedere actie wordt door haar exact zoals het gebeurde beschreven. Overigens heeft ze een jaar of twintig geleden duidelijk een bezoek gebracht aan de fanshop. Naast een Ajax horloge heeft ze immers ook een Ajax jas, een Ajax sjaal en last but not least een Ajax broodtrommel.

Als laatste zijn er nog ‘De Ballen’ die sinds dit seizoen voor ons zitten. Niet alleen hebben deze mannen enorme hoofden, ook hebben ze de verschrikkelijke gewoonte bij het minste of geringste te gaan staan. Bij iedere doelpunt geven ze elkaar allemaal (ze zijn met een man of acht) een high five, wat af en toe hilarische taferelen oplevert als de twee buitenste elkaar willen bereiken.

Natuurlijk vraag ik mij af hoe deze mensen mij typeren. Ik weet van mezelf dat ik doorgaans allerlei cynische grappig maak en zelden optimistisch ben. Waarschijnlijk zien ze mij dan ook als de Kenneth Perez van het geheel. Ik vind het in ieder geval elke keer weer een feest om vanuit ons vak onze club aan het werk te zien en hoop het me nog vele jaren te kunnen veroorloven daar te zitten.

donderdag 29 januari 2009

De Amateur, deel III

Een uur van tevoren verzamelen. Altijd wordt er een uur van tevoren verzameld. Iedereen weet dat vrijwel niemand zich eraan houdt, maar toch. Langzaam druppelen alle teamgenoten de kantine binnen. Het loopt tegen het middaguur. Waarom spelen we altijd zo achterlijk vroeg, vragen de meesten zich af. De vloek van het spelen op zondag is de zaterdagavond.

Over een half uur begint de wedstrijd. Er wordt geopperd ons naar de kleedkamer te begeven. Langzaam kleden we ons om. Iedere week is het de vraag hoeveel sokken en broeken er vergeten zijn. De wissels zien de bui al hangen. Mokkend worden kledingstukken overgedragen aan de slordige basisspelers.

Tien minuten voor de wedstrijd betreden we het veld. Met lichte tegenzin begint de warming-up. Waarom gaan we al voor de wedstrijd vrijwillig rennen? Gisteravond wreekt zich. Plichtmatig worden knieën licht geheven. De scheidsrechter loopt het veld op. Tegen beter weten in hoopt hij op een goede wedstrijd. Handen worden geschud, de strijd kan beginnen.

maandag 26 januari 2009

De Amateur, deel II

Buiten is het koud. De wedstrijd sleept zich voort, terwijl de spanning ver te zoeken is. Iedereen is blij dat het niet is afgelast, maar waarom hadden we ook al weer zin om in deze omstandigheden in een korte broek rond te lopen? We lijken wel gek. De sokken worden zo hoog mogelijk opgetrokken, maar veel kan met niet verwachten van zo'n klein stukje katoen.

De scheidsrechter kijkt op zijn horloge. Ondertussen vraagt ook hij zich af waarom hij niet lekker onder een warme deken ligt te slapen. Gelukkig is het rust. Tegelijkertijd beseft iedereen dat slechts de helft van deze marteling voorbij is. Kan de scheidsrechter niet gewoon de tussenstand als eindstand doorgeven, denkt de ploeg die voorstaat. Misschien valt er nog wat te maken van deze gure zondag.

Godzijdank is er geen trainer op dit niveau. Het bespreken van alles wat zich op het veld afspeelde is alleen de moeite waard na een flink aantal glazen bier. Gelukkig is daar de thee. Iedereen pakt de plastic beker met de warme inhoud stevig vast. Zelfs degene die geen thee drinken. Sneller dan verstandig voor een kokend heet drankje wordt de thee naar binnen gegoten. De bekertjes worden nog snel even aan alle kanten kapot getrokken, omdat we stiekem nog steeds dat voetballertje van vijf jaar zijn. Dus daarom is iedereen hier. De nostalgie naar het voetbal uit onze jeugd drijft ons tot deze zelf marteling. Het is tijd om weer het veld op te gaan. Helaas staat vader niet meer langs de lijn.

zaterdag 24 januari 2009

De Amateur, deel I

Iedere amateurvoetballer kent de spanning. Het is buiten slecht weer en de weersvoorspelling is zo mogelijk nog slechter. Morgenochtend staat een wedstrijd op het programma en zoals iedere week kan je niet wachten tot het zover is, tot je weer ten strijde kan trekken met je teamgenoten. De weersomstandigheden, hoe bar ook, zijn wel te trotseren. Zolang de bal maar rolt.

Panisch wordt er gekeken of de wedstrijd is afgelast: teletekstpagina 603. Weinig teletekstpagina's zijn zo berucht en verguisd als deze. Iedere afgelasting slaat in als een bom, zonder genade wordt het enthousiasme van velen de grond in geboord. Een kruisje bij jouw district voelt als een nederlaag, het weekend is verpest.

De spanning is om te snijden zolang de afgelasting niet bevestigd wordt. De wekker wordt gezet, de tas wordt alvast ingepakt. Heb ik alles? Er liggen wel erg veel plassen buiten op straat. Heeft het geregend? Nog even de kantine bellen om er zeker van te zijn dat de wedstrijd doorgaat. Niemand neemt op. De club is verlaten. Het feest gaat niet door...


zaterdag 17 januari 2009

Ajax en aankopen: een slechte combinatie

Op het Internet bestaan er talloze interactieve voetbalsites waar supporters hun mening kunnen geven. Zo kwam ik laatst op een forum de opmerking tegen dat Ajax de laatste jaren te veel afhankelijk is geworden van aankopen uit de Nederlandse competitie. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik deze mening deel. Het lijkt er de afgelopen seizoenen op dat Ajax zondags om zeven uur met het bord op schoot scout. Dit heeft een aantal bijzonder grote nadelen.

Het grootste nadeel is dat andere Nederlandse clubs de laatste jaren steeds beter onderhandelen. Clubs als FC Groningen en FC Twente weten dat Ajax vaak bereid is de hoofdprijs te betalen en dat een miljoen meer of minder geen rol speelt. Dit laatste is natuurlijk een direct gevolg van de enorme transferinkomsten van Ajax. Niet alleen zijn er grote klappers gemaakt de verkoop van Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar aan Real Madrid, ook voor Ryan Babel is door Liverpool een vermogen betaald en zelfs voor Tom de Mul heeft toenmalig technisch directeur Martin van Geel (nu Roda JC) een aardig bedrag van Sevilla weten los te peuteren.

Een ander nadeel heeft ook te maken met de hoge transfersommen. Het altijd kritische publiek in de Amsterdam ArenA heeft, terecht, vaak hoge verwachtingen van een speler die miljoenen heeft gekost. Ook kennen de supporters deze spelers vaak al, en ook zij hebben natuurlijk kunnen zien dat de speler uitstekend functioneerde bij de betreffende club. Toch is de stap naar Ajax vaak net te hoog gegrepen voor deze spelers. Vaak wordt als oorzaak hiervan gegeven dat de druk van het moeten winnen deze spelers parten speelt. Er moet echter niet vergeten worden dat er ook buiten de voetballerij mensen zijn die niet kunnen aarden in de stad Amsterdam. Wellicht speelt dit bij sommige voetballers ook een rol bij het falen in het Ajax-shirt.

Natuurlijk blijken sommige aankopen een schot in de roos te zijn, bij sommige spelers in de subtop druipt de pure klasse er immers al vanaf. Toen de Uruguyaan Luis Suarez overkwam van FC Groningen verbaasde de hoogte van het bedrag mij, maar ik wist zeker dat hij een absolute aanwinst was. Nu blijkt Suarez inderdaad één van de weinige Ajacieden te zijn die constant op een hoog niveau presteert. Met zijn rommelige speelstijl is hij de verdedigers van de tegenpartij vaak veel te snel af en beslist hij menig wedstrijd in Ajax’ voordeel. Een nog hogere transfersom ligt Ajax dus in het verschiet.

Daarnaast moet er niet over het hoofd worden gezien dat als Ajax veel spelers bij één club weghaalt, dit vaak kwaad bloed zet bij zowel het bestuur als de supporters van die club. Dit kan direct en indirect negatieve gevolgen hebben. Hoewel de haat van andere supporters jegens de hoofdstedelingen vaak aandoenlijk is, heb ik de indruk dat de (jonge) spelers van Ajax niet goed om kunnen gaan met de grimmige sfeer in bijna alle stadions. Bovendien wordt het voor Ajax lastig om in de toekomst nog een keer zaken te doen met de betreffende club. Er zijn maar weinig clubs die Ajax tegenwoordig met open armen ontvangen.

Voor mij is het onbegrijpelijk dat subtoppers over een betere scouting lijken beschikken dan Ajax. Ajax komt af en toe ook met een onbekende naam uit de hoge hoed, maar deze spelers zijn vaak wel al bekender dan de spelers die door de subtop worden ontdekt. Een voorbeeld hiervan is Dario Cvitanich, die het de laatste tijd uitstekend doet. Cvitanich was echter al topscoorder van Argentinië toen hij naar Ajax kwam, terwijl FC Groningen Suarez vanuit het niets vanuit Uruguay naar Nederland haalde. Ook betaalde Ajax een aanzienlijk hoger bedrag voor Cvitanich dan Groningen voor Suarez. Opvallend is ook dat Ajax Markus Rosenberg goed genoeg bevond, terwijl in Zweden Afonso Alves naast hem in de voorhoede liep. SC Heerenveen twijfelde geen moment toen de mogelijkheid zich aandiende Alves te kopen, en Alves haalde zelfs het nationale elftal van Brazilië in het shirt van de Friezen. Door iets beter op te letten had Ajax doelpuntenmachine Alves kunnen kopen in plaats van de tegenvallende Rosenberg.

Al met al stelt de scouting van Ajax enorm teleur voor een topclub. Naast de bestuurlijke onrust is dit één van de hoofdoorzaken van het uitblijven de dertigste landstitel. Zelfs met het aantrekken van superscout Hans van der Zee, jarenlang succesvol voor concurrent PSV en ontdekker van onder andere Jefferson Farfan, is er naar het schijnt weinig verbeterd. Gelukkig voor Ajax zijn er twee lange transferperiodes ieder jaar en zal het huidige transferbeleid ooit weer een titel opleveren. Structureel zal er echter een complete verandering van het scoutingapparaat aan te pas moeten komen voor constante topprestaties van het eerste elftal.

maandag 12 januari 2009

FC Barcelona en Real Madrid: eeuwige rivalen

In 1899 werd in Barcelona FC Barcelona opgericht door de Zwitser Hans Gamper, die de inmiddels legendarische clubkleuren (blauw en rood) overnam van FC Basel. De hoofdstad van Spanje kon niet achterblijven en dus werd in 1902 Madrid Football Club opgericht door Engelse immigranten. Dat is niet zo opmerkelijk, aangezien het voetbal in Spanje, net als in veel andere landen, werd geïntroduceerd door de eilandbewoners. FC Barcelona en Real Madrid zijn overigens niet de oudste clubs van Spanje, dat is Recreativo de Huelva.

Ondanks dat de clubs niet de oudste zijn, spelen zij samen de grootste wedstrijd van Spanje. Dat komt onder andere door de politieke achtergrond van de tweestrijd. Barcelona is de hoofdstad van de autonome regio Catalonië, en Catalonië zag en ziet zichzelf als onafhankelijke staat (sporadisch hangt er in het Camp Nou nog een spandoek met de tekst: Catalunya is not Spain). Madrid is de hoofdstad van Spanje, en de Madrilenen zien Catalonië als deel van Spanje, hoewel de Catalonië in de Spaanse constitutie wordt omschreven als een natie. Daar staat tegenover dat de Spaanse regering dit als puur taalkundig heeft verklaard en het zowel politiek als juridisch niet geldt. De Spaanse grondwet erkent immers slechts één land: het Koninkrijk Spanje.

De eerste FC Barcelona-Real Madrid was op 13 mei 1902. FC Barcelona won met 3-1. Opvallend is dat de officiële website van Real Madrid slechts over de wedstrijd meldt da FC Barcelona met veel buitenlanders speelde. Gelukkig voor de Madrilenen werd later in het seizoen Español nog wel verslagen, waardoor de eerste prijs voor de Koninklijk een feit was, de Copa de la Gran Peña.

Er was toen natuurlijk al wel sprake van rivaliteit, maar nog niet in de mate na het tijdperk van Franco. Toch ontstond tijdens de dictatuur van generaal Primo de Rivera in de jaren ‘20, toen Catalonië werd onderdrukt, al de eerste echte haat jegens de hoofdstad. Dat werd er natuurlijk niet veel beter op onder de dictatuur van Franco, die zoals bekend de gehele Catalaanse cultuur verbood. Alleen tijdens de thuiswedstrijden van FC Barcelona konden de Catalanen hun nationalisme kwijt. Eén van de hoofdredenen van de haat jegens Madrid is de moord op de voorzitter van FC Barcelona Sunyol. Sunyol was extreem links en vertegenwoordigde de politieke partij Esquerra Republicana de Catalunya in Madrid. Hij zorgde ervoor dat er meer culturele vrijheden kwamen en was een bekende man in Barcelona. Niet dat het voor hem allemaal rozengeur en maneschijn was toen hij voorzitter werd van FC Barcelona (in 1935), want hoewel het beeld bestaat dat alle Catalanen zich willen afscheiden van Spanje is het merendeel in werkelijkheid helemaal niet zo extreem. De radicale Sunyol kreeg dan ook te maken met tegenstand van de rest van het bestuur van FC Barcelona.

Die verdeeldheid was overigens in heel Catalonië een probleem. Een deel van de bevolking bleef voor onafhankelijkheid, het andere deel was voor aansluiting bij Spanje. Uiteindelijk overwonnen de extremen, waarna Sunyol naar Madrid werd gestuurd als vertegenwoordiger. Op 6 augustus was hij op weg naar Madrid, maar hij en een journalist reden zonder het te weten een verboden gebied binnen, Sierra de Guadarrama. Zonder terechtstelling werd hij gearresteerd en geëxecuteerd. Een week later drong het nieuws door in Barcelona. Franco had de voorzitter van hun club vermoord. Veel gematigden werden hierdoor extremer in hun standpunten en de haat jegens Madrid nam nog grotere vormen aan.

Naast de overigens niet bewezen directe invloed van Franco op de resultaten van Real Madrid, zorgde ook de overgang van Alfredo di Stefano van Millionarios (Colombia) naar Real voor de nodige opschudding. In 1953 leek De Blonde Pijl, zoals de bijnaam van Di Stefano luidt, op weg naar FC Barcelona. Eenmaal aangekomen in Spanje bleek echter dat de Spaanse voetbalbond de transfer niet goedkeurde. Barcelona had immers alleen een akkoord met River Plate, die slechts een deel van de rechten in handen hadden. Catalanen zien het echter anders. Die beweren dat de Spaanse bond de opdracht kreeg van Franco om de transfer af te gelasten. Feit is dat Di Stefano niet naar Barcelona verhuisde, maar naar de Koninklijke en daar groeide hij uit tot de beste speler uit de historie van de club.

Natuurlijk zijn er ook andere reden voor de rivaliteit. FC Barcelona en Real Madrid zijn de grootste clubs van Spanje met de meest roemruchte histories. Alleen Athletic Bilbao en Atlético Madrid komen nog enigszins in de buurt. Opvallend is dat ook deze clubs niet onomstreden zijn. Net als een deel van de Catalanen wil een deel van de Baskische bevolking zich immers ook afscheiden van Spanje. De haat tegen de regering is in Baskenland misschien zelfs groter dan in Catalonië. Toch richten de Basken zich op voetbalgebied meer tot elkaar. Voor Bilbao is de wedstrijd tegen rivaal Real Sociedad minstens van even groot belang als een wedstrijd tegen de hoofdstedelingen. Als je kijkt naar het verschil in aantal prijzen tussen Real Madrid en FC Barcelona is het verschil overigens ook groot, want Real Madrid heeft vele landtitels meer en bovendien de Europa Cup I/Champions League negen keer in de wacht gesleept (hoewel zes hiervan mede mogelijk werden gemaakt door inmenging van Franco). Alleen qua Copa del Rey’s verslaat FC Barcelona Real Madrid. Die ging 24 keer naar FC Barcelona en slechts zeventien keer naar Real Madrid. De Basken van Athletic Bilbao wisten de nationale beker overigens 23 keer te winnen.

Toch blijven onderlinge confrontatie tussen Real en Barça vooral politiek beladen, al moet worden bedacht dat als FC Barcelona niets meer was dan een subtopper er waarschijnlijk niet zo’n grote wedstrijd van gemaakt zou worden door de media. Al weken van tevoren zijn er vooruitblikken naar “El Classico”, en er wordt natuurlijk ook vaak teruggekeken.


Er zijn talloze voorbeelden van opzienbarende wedstrijden tussen de aartsrivalen. Vele Nederlanders zullen zich één specifieke versie van “El Classico” nog duidelijk voor de geest kunnen halen. In 1974 speelde Johan Cruijff (foto links) immers een alles bepalende rol in de legendarische 0-5 overwinning op de Koninklijke. Een week voor de wedstrijd kregen Danny en Johan Cruijff een zoon. Toen Johan de naam Jordy opgaf bij de gemeente van Barcelona, werd dit geweigerd door de dienstdoende ambtenaar. Jordy is immers de naam van een Catalaanse heilige, en Catalaanse namen waren uit den boze onder het regime van Franco. Toch kreeg Johan het, waarschijnlijk door zijn Amsterdamse bluf, voor elkaar zijn zoon Jordy te noemen. Een week later werd zoals gezegd Real Madrid aan de hand van Nederlands beste voetballer aller tijden vernederd. De Catalanen zagen deze overwinning niet alleen als een overwinning op Real Madrid, maar misschien nog wel meer als een overwinning op de dictatuur. Aan het einde van het seizoen werd Barcelona voor het eerst in veertien jaar weer landskampioen.

Onder het regime van Franco speelde zich nog een bizarre editie af. In het bekertoernooi van 1943 wonnen de Catalanen in Barcelona de eerste wedstrijd van de halve finale gemakkelijk met 3-0. De finale leek binnen handbereik, maar de tweede wedstrijd in Madrid werd met maarliefst 11-1 verloren. Niet alleen gaven de spelers aan doodsbang te zijn geworden van het publiek, ook bleek dat de staatsveiligheidsdienst van Franco de Catalaanse selectie vooraf had bedreigd. Naar verluid maakte ook de scheidsrechter nog een paar dubieuze beslissingen. Een paar maanden later maakte Santiago Bernabéu, de legendarische voorzitter van Real, zijn excuses. Real Madrid verloor de finale overigens na verlenging met 1-0 van Bilbao.

Een niet te vergeten element van wedstrijden tussen Real en Barça zijn spelers die de overstap van de één naar de ander maakten. Niet alleen roepen deze spelers talloze spreekkoren over zichzelf af, ook andere represailles blijven vaak niet uit. Het beste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Luis Figo. Nadat Figo, één van de beste spelers van de wereld op dat moment, in de zomer van 2000 van Barcelona naar Madrid verkaste, kreeg de Portugees tijdens “El Classico” in Camp Nou een varkenshoofd naar zijn hoofd geslingerd toen hij zich voorbereidde op het nemen van een hoekschop. Figo werd door de Catalaanse supporters uitgemaakt voor geldwolf. De 127-voudig international (32 doelpunten) tekende een voorcontract bij presidentskandidaat Florentino Perez om druk te zetten op de leiding van Barcelona. Het was immers naar buiten gekomen dat Jari Litmanen meer verdiende dan Figo, die daar niet mee kon leven en een hoger salaris eiste. Toen Perez de presidentsverkiezing verrassend won van toenmalig voorzitter Lorenzo Sanz, hield hij Figo aan het voorcontract en maakte Figo de veelbesproken overstap.

Het moge duidelijk zijn dat wedstrijden tussen Real Madrid en FC Barcelona tot de meest beladen wedstrijden op de wereld horen. Niet alleen in Spanje wordt er veel aandacht aan besteed, ook in veel andere landen kijken veel mensen aan het begin van het seizoen wanneer deze wedstrijden plaatsvinden. In Nederland zijn we gezien de historie erg geïnteresseerd in Barcelona, waar sinds de jaren ’70 veel landgenoten naam hebben gemaakt. Momenteel staan er echter zes Nederlanders onder contract bij de Madrilenen. Een onverwachte maar zeker niet oninteressante ontwikkeling.
Origineel geschreven op 3 januari 2005, herschreven op 12 januari 2009. Origineel geplaatst op Soccerquest.nl

Boer Abe doet er wat aan

‘Hé boer, je mag er wel eens wat aan doen’. Deze woorden sprak de in 2005 overleden oud-Ajacied Joop Stoffelen op 7 mei 1950 tegen Abe Lenstra. De Amsterdammers leidden de wedstrijd aan de J. H. Kruisstraat tegen Heerenveen op dat moment met 1-5, terwijl er nog slechts twintig minuten te spelen waren. Niets leek de derde overwinning in vier wedstrijden van Ajax nog in de weg te staan. Totdat ‘boer’ Abe besloot er iets aan te doen.

De wedstrijd begon zeer voortvarend voor Ajax en Stoffelen. Zeven minuten na de aftrap van Heerenveen lanceerde linkshalf Stoffelen een onthoudbaar schot van buiten het strafschopgebied en doelman Voolstra was voor de eerste maal geklopt. Nog voordat het eerste kwartier gespeeld was, breidden de Amsterdammers de voorsprong uit met een counter via linksbuiten Guus Dräger. Deze kreeg de bal voor het intikken na een passje van Rinus Michels.

Toch waren de pompeblêdden-dragers niet kansloos volgens de Leeuwarder Courant. ‘Heerenveen lanceerde wel gevaarlijke aanvallen – Abe was zeer actief – maar de Ajax achterhoede met rechtsback Potharst en stopperspil Van ’t Hart aan het hoofd, gaven voor rust weinig tot geen kansen weg.’

De Friese krant stak niet onder stoelen of banken dat de bezoekers de sterkere partij waren. Ajax legde de Friezen zowel technisch als tactisch de wil op, en de supporters konden genieten van de ‘vele fraaie combinaties, van dat doordachte positiespel en van die schone through- en crosspasses’ die de Amsterdammers op de mat brachten. ‘Dat was spel, dat werkelijk voetbal mocht heten en waarbij dat van Heerenveen eigenlijk in het niet viel.’

Toch wist Heerenveen via een wonderschoon doelpunt van Abe Lenstra op 1-2 te komen. De Amsterdamse defensie liep achteruit om de voorhoede van Heerenveen te dekken, zonder er rekening mee te houden dat Abe doelman Leentvaar kansloos kon laten met een magistraal afstandschot. Een offensief van de Friezen, met drie hoekschoppen binnen een minuut, hielp Heerenveen daarna niet aan de gelijkmaker waarna Ajax het heft weer stevig in handen wist te nemen. Na iets meer dan een half uur spelen bracht Bruins, de linksbinnen van Ajax, de stand op 1-3 na verkeerd wegwerken van Mollo de Jong, die volgens de krant maar matig voldeed in de eerste helft.

Na rust ging Ajax onder leiding van latere leidsman Michels door met waar het voor rust mee begonnen was. Slechts vijftien seconden na het eerste fluitsignaal van de tweede helft lag de bal achter doelman Voolstra. Slechts drie spelers (Bruins, Krist en doelpuntenmaker Michels) hadden de bal beroerd alvorens deze het net raakte. Een kwartier later leek de wedstrijd definitief beslist te worden toen Michels een fout van Voolstra genadeloos afstrafte en met zijn tweede doelpunt van de dag de 1-5 liet noteren.

Hoewel Abe Lenstra vrijwel direct de 2-5 wist te scoren na een inschattingsfout van Leentvaar, maakten de Ajacieden zich geen zorgen en hadden de supporters van Heerenveen weinig hoop op zelfs maar een gelijkspel. Na een paar tactische omzettingen van Jonkman, die zichzelf als midvoor posteerde en Jan Lenstra naar voren haalde, wist Heerenveen Ajax toch onder druk te zetten. Dat resulteerde in de zeventigste minuut in de 3-5 van Brandsma, die een voorzet van Jan Lenstra tegen de touwen knikte. Drie minuten liep Potharst Abe Lenstra in het strafschopgebied onder de voet, waarna Jonkman de strafschop onberispelijk binnenschoot.

‘Golven van geestdrift sloegen door de toeschouwers. Even leek het erop dat Ajax z’n vorm van voor de rust zou hervinden, maar dra liepen de Friezen alweer storm op het Amsterdamse doel. De Ajaxieden werden geheel overspoeld. Alles verdedigde bij hen, maar voor dit laaiende enthousiasme van de Heerenveners was geen krui meer gewassen,’ aldus het wedstrijdverslag van de Leeuwarder Courant. Vijf minuten voor tijd won Jonkman een duel van Potharst, waarna de toegesnelde Hofma de gelijkmaker op het scorebord bracht. De met stomheid geslagen Amsterdammers waren volledig de weg kwijt, waardoor Abe Lenstra een paar minuten later Brandsma in staat kon stellen Heerenveen op voorsprong te brengen. Hoewel Ajax nog een kort offensief startte tegen de verdediging van Heerenveen, die direct werd versterkt door beide Lenstra’s, was de nederlaag een feit en ontplofte ’t Friese Haagje: ‘En toen stond het Sportpark pas goed op z’n kop. Iedereen stond op van z’n plaats. Een oorverdovend gejuich, gebrul en gekrijs steeg op uit de duizenden kelen. Armen zwaaiden wild door de lucht. Petten en hoeden werden de lucht in gegooid.’

Bijna dertig jaar later doet Stoffelen de nederlaag af als een cadeautje: ‘Jullie keken zo zielig, zei ik na de wedstrijd, en daarom hebben we jullie maar laten winnen. Aan het eind van de wedstrijd heb ik Abe nog wel uitgescholden voor stinkende boer, maar ik kon alles tegen hem zeggen. Toen zijn we gaan drinken met die boeren. Abe en ik zaten gewoon weer naast elkaar.’ Zijn vrouw Woutrina drukt deze Amsterdamse bluf echter genadeloos de kop in tijdens het gesprek met Jurryt van Vooren voor het Parool: ‘Wat nou boeren?’ ‘Zo noemden we toch iedereen van buiten Amsterdam,’ aldus de geïrriteerde Stoffelen. ‘Ach wat, er was een begrafenisstemming in de bus terug naar Amsterdam. Niemand zei wat,’ reageert Woutrina, die er in 1950 bij was. ‘Helemaal niet waar. Oké, we hadden er de pee in. In Amsterdam zijn we gewoon weer een biertje gaan drinken op het Leidseplein,’ besluit de oud-Ajacied het gesprek.

Ajax eindigde het seizoen met een teleurstellende vierde plaats achter kampioen Limburgia, stadgenoot Blauw-Wit en het Geleense Maurits. Toch gaat het seizoen door deze nederlaag de historie in als bijzonder. Het gebeurt immers niet vaak dat Ajax (of welke andere ploeg dan ook) een dergelijke voorspong weg geeft. Bovendien is de wedstrijd misschien wel de beste die de legendarische Abe Lenstra ooit heeft gespeeld. Ondanks het puntenverlies verdient de wedstrijd van 7 mei 1950 een plekje in het roemruchte verleden van Ajax.

Geschreven op 16 januari 2008 voor Ajaxshowtime.com